Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[verzoeker 2] ,
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
- (lid 1, onder b:) dat hij “te goeder trouw” is geweest bij de schulden die in de laatste drie jaren zijn ontstaan of die in die periode onbetaald zijn gelaten, en
- (lid 1, onder c:) dat hij de verplichtingen die bij de schuldsaneringsregeling horen, kan en zal nakomen en zich zal inspannen om zoveel mogelijk geld voor de boedel te verwerven (ten behoeve van de schuldeisers).