Uitspraak
RECHTBANK Limburg
- de dagvaarding met producties 1 en 2
- de conclusie van antwoord
- het formulier B8 met productie 3 van [eiser]
- het formulier B8 met producties 1-4 van [gedaagde] .
Rechtbank Limburg
In deze civiele zaak vordert eiser afgifte van bepaalde goederen. Eiser stelt dat hij eigenaar is van de goederen, maar het is onduidelijk of het eigendom gemeenschappelijk is of uitsluitend van eiser. De rechtbank constateert dat eiser onvoldoende heeft gesteld over het eigendom en dat het onduidelijk is welke rechtsgrond geldt.
Daarnaast is vereist dat de goederen gehouden worden door gedaagde. Gedaagde betwist gemotiveerd dat hij houder is van de goederen en stelt dat eiser in december 2022 zijn eigen bezittingen heeft meegenomen uit de woning. Deze betwisting sluit aan bij de stellingen van eiser zelf.
De rechtbank oordeelt dat de vordering niet kan worden toegewezen wegens gebrek aan voldoende feiten omtrent eigendom en houderschap. Eiser wordt in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde, begroot op € 1.492,00.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot afgifte van goederen af wegens onvoldoende gesteld eigendom en houderschap.