Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
A: Ik ben in totaal 5 jaar werkzaam bij de gemeente Brunssum.
V: Heeft bij uw aanstelling de ambtseed of de ambtsbelofte afgelegd?
A: Ik heb de ambtseed afgelegd.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
first offender, hetgeen dient mee te wegen bij de eventueel op te leggen straf. Zij heeft daarbij al 15 dagen in voorlopige hechtenis verbleven, wat haar enorm zwaar is gevallen. Zij heeft in gevangenschap zware medicatie gekregen en nadat zij in vrijheid was gesteld heeft er geen afbouw van de medicatie of begeleiding plaatsgevonden. Dit heeft zich geresulteerd in afkickverschijnselen en psychische klachten, waarmee de verdachte tot op de dag van vandaag kampt. Zij heeft ook een te hoog cholesterolgehalte wat naar alle waarschijnlijkheid aan de stress te wijten is, waardoor zich weer een poliep heeft gevormd in de galblaas van de verdachte. Deze poliep dient op korte termijn operatief te worden verwijderd.
first offenderdient te worden aangemerkt. De verdachte heeft daarnaast al enige tijd in voorarrest gezeten, hetgeen een diepe indruk op haar heeft achtergelaten. De rechtbank heeft ook oog voor het feit dat, gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte ten tijde van het plegen van de feiten en het feit dat haar verdere carrièremogelijkheden door deze strafzaak worden beperkt. Bovendien heeft de rechtbank acht geslagen op het gegeven dat de redelijke termijn met vierenhalve maand is overschreden. Zij zal de verdachte gelet op al deze omstandigheden een lagere taakstraf opleggen dan door de officier van justitie is geëist.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag;
- veroordeelt de verdachte tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren;
- bepaalt dat dit gedeelde van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.