ECLI:NL:RBLIM:2024:177
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking ondertoezichtstelling en afwijzing machtiging uithuisplaatsing minderjarige
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de duur van een jaar en machtiging tot uithuisplaatsing bij de grootmoeder voor zes maanden. De moeder verzet zich tegen het verzoek en betwist de ernst van de ontwikkelingsbedreiging.
De kinderrechter constateert een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige, vooral door het langdurig verblijf bij de grootmoeder en het beperkte contact met de moeder, waardoor hechting onvoldoende tot stand is gekomen. Er zijn zorgen over de pedagogische vaardigheden van de moeder en enkele incidenten, maar de moeder erkent haar hulpbehoefte en heeft inmiddels verbeteringen in de thuissituatie gerealiseerd.
De kinderrechter wijst het verzoek tot uithuisplaatsing af omdat de noodzaak daarvoor niet is aangetoond en benadrukt dat het kind het recht heeft bij zijn moeder te verblijven. De ondertoezichtstelling wordt toegewezen om de moeder te ondersteunen bij de verzorging en opvoeding, met de verwachting dat zij binnen een acceptabele termijn aan haar zorgverantwoordelijkheid kan voldoen.
Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld voor een jaar, het verzoek tot uithuisplaatsing wordt afgewezen.