De zaak betreft een verzoek van een benadeelde die arbeidsongeschikt is geraakt door een verkeersongeval waarbij zij als buspassagier betrokken was. Zij had voorafgaand aan het ongeval een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) afgesloten die uitkeringen verstrekt bij arbeidsongeschiktheid. De verzekeraar van de aansprakelijke partij, Amlin, erkende aansprakelijkheid voor de schade.
De kern van het geschil was of en in hoeverre de uitkeringen uit hoofde van de AOV verrekend mogen worden met de schadevergoeding voor verlies aan arbeidsvermogen die Amlin moet betalen. De rechtbank bevestigde dat de AOV in overwegende mate een sommenverzekering is, waarbij de uitkering losstaat van de daadwerkelijke schade. Desondanks erkende de rechtbank dat de AOV-uitkeringen feitelijk een inkomensschade compenseren en dat zonder verrekening sprake zou zijn van overcompensatie.
De rechtbank paste de criteria uit de jurisprudentie toe en concludeerde dat volledige verrekening niet redelijk is, maar dat 50% van de AOV-uitkeringen als voordeel mag worden verrekend. Tevens werd bepaald dat 50% van de premies over 2014 en 2015 in mindering gebracht moet worden op het verrekende voordeel. Daarnaast werden de proceskosten begroot en werd Amlin veroordeeld tot betaling daarvan.