Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 1:opzettelijk amfetamine, MDMA, metamfetamine, cocaïne, heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd;
feit 2:opzettelijk 5.237,7 gram amfetamine, 157,63 gram MDMA, 4.573,42 gram metamfetamine en 48,18 gram cocaïne, aanwezig heeft gehad;
feit 3:opzettelijk amfetamine, MDMA en cocaïne, buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht;
feit 4:in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk meer dan 30 gram hennep heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd;
feit 5:opzettelijk een grote hoeveelheid hennep, te weten 1.481,7 gram, aanwezig heeft gehad;
feit 6:opzettelijk een hoeveelheid hennep buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht.
3.De beoordeling van het bewijs
Gewicht netto: 284,93 gram (bak 1), 295,68 gram (bak 2), 285,37 gram (bak 3), 579,09 gram (bak 4), 318,80 gram (bak 5), 211,06 gram (bak 6).
Gewicht bruto: 5,5 gram.
Gewicht bruto: 11,05 gram (11 sealtjes blanco) en 2,93 gram (3 sealtjes met opdruk).
Gewicht netto: 35,97 gram (groep 1), 6,16 gram (groep 3) en 73,66 gram (groep 4)
Gewicht netto: 640 gram.
Gewicht bruto: 460 gram.
Gewicht bruto: 76,2 gram.
Gewicht bruto: 300 gram.
- 13,98 gram cocaïne;
- 153,23 gram MDMA;
- 5.222,30 gram amfetamine;
de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3]] kwam daar. […] [medeverdachte 2] [
de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2]] […] kwam daar met [medeverdachte 3] . […] Die [medeverdachte 2] bepaalde zaken en kwam binnen wanneer hij wilde. […] De naam [verdachte] [
de rechtbank begrijpt: [verdachte]] zegt me wel wat. […] Hij kwam vaker samen met [medeverdachte 2] mee. […] Ik heb wel harddrugs gezien. Dat was speed en dat lag “uitgesmeerd” op een bord in de keuken van [medeverdachte 1] . […] Ik weet dat er in de kelder van [medeverdachte 1] ’s woning ook weed lag. […] Er werden door [medeverdachte 1] wel eens weedtoppen afgewogen en in zakjes gedaan. Dat gaf hij dan aan mensen. [medeverdachte 1] had dus wel weedzakjes liggen. In de mei vakantie ben ik daar elke dag geweest. […] Ik weet dat ze daar speed maakten. […] [medeverdachte 1] belde mij een keer op en zei dat hij moest wachten om te slapen omdat “ze” speed aan het maken waren. […] Als [medeverdachte 2] kwam, leek het alsof het huis niet meer van [medeverdachte 1] was.
Gelet op het feit dat uit het dossier blijkt dat handel in en het gebruiken van de softdrugs geregeld en stelselmatig plaatsvond gedurende een aantal maanden en dat door de verdachten actief reclame werd gemaakt (‘ [naam 5] ’) voor de handel, kan geconcludeerd worden dat de woning van [medeverdachte 1] fungeerde als een soort van coffeeshop. De rechtbank acht dan ook bewezen dat de handel in softdrugs in de uitoefening van een beroep of bedrijf plaatsvond.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;