Arriba Netherlands B.V. vordert in kort geding dat Mercurex B.V. wordt bevolen zich te onthouden van het openbaar maken en verveelvoudigen van foto- en videomateriaal waarvan de auteursrechten aan Arriba zijn overgedragen. Mercurex had content van deze werken op sociale media geplaatst, maar na sommatie verwijderd. Arriba wil dat Mercurex ook een onthoudingsverklaring ondertekent en een dwangsom opgelegd krijgt.
Mercurex voert onder meer aan dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is en dat de vorderingen moeten worden afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter wel bevoegd is op grond van een overeengekomen forumkeuze en dat Nederlands recht van toepassing is. Vervolgens beoordeelt de rechtbank het spoedeisend belang van Arriba bij de gevorderde voorlopige voorziening.
De rechtbank stelt vast dat Mercurex de inbreukmakende content direct na sommatie heeft verwijderd en dat sindsdien geen nieuwe inbreuk is vastgesteld. Arriba heeft onvoldoende feiten aangevoerd om een spoedeisend belang aannemelijk te maken. Ook de eis tot schadevergoeding en het verbinden van een dwangsom acht de rechtbank niet voorshands aannemelijk. Daarom wijst de rechtbank de vorderingen af.
Ten aanzien van de proceskosten veroordeelt de rechtbank Arriba, als grotendeels in het ongelijk gestelde partij, tot betaling van de proceskosten van Mercurex, begroot op €1.973,00, vermeerderd met wettelijke rente en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.