Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 19 september 2023, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de spreekaantekeningen van [gedaagde]
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een kort geding waarin de vereffenaar van een nalatenschap vordert dat een erfgenaam de woning van de nalatenschap binnen 14 dagen verlaat en ontruimt. De erfgenaam verblijft zonder geldige titel in de woning en weigert deze te verlaten, terwijl de vereffenaar de woning wil gelde maken om de schulden van de nalatenschap te voldoen.
De erfgenaam voert verweer dat hij mede-eigenaar is door zuivere aanvaarding en dat hij met toestemming van de overledene in de woning woont. De rechtbank oordeelt dat zuivere aanvaarding niet leidt tot exclusief gebruiksrecht en dat toestemming om te wonen niet aannemelijk is verlengd na overlijden. Het gebruik van de woning door de erfgenaam belemmert de vereffening van de nalatenschap en is daarom onrechtmatig.
De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een dwangsom van €1.000 per dag tot een maximum van €50.000. De vordering tot uitschrijving uit de Basisregistratie Personen wordt afgewezen omdat dit een verplichting jegens de staat betreft en het niet nakomen daarvan geen onrechtmatige daad jegens de vereffenaar oplevert. De erfgenaam wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De erfgenaam wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen 14 dagen met een dwangsom bij niet-nakoming.