Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
eiser,
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 september 2023, met 4 bijlagen,
- de mondelinge conclusie van antwoord,
- de akte uitlating, met 2 bijlagen;
- de mondelinge antwoordakte, met bijlagen.
Rechtbank Limburg
De huurder had een onzelfstandige woonruimte gehuurd en na beëindiging van de huurovereenkomst vorderde hij de terugbetaling van de borgsom. De verhuurder stelde een tegenvordering wegens servicekosten en betaalde de borg terug na een uitspraak van de Huurcommissie. De huurder vorderde vervolgens rente en kosten, maar de kantonrechter oordeelde dat de huurder onnodige proceskosten had veroorzaakt door de procedure te starten voordat de Huurcommissie uitspraak deed.
De kantonrechter stelde vast dat de huurder onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van de verhuurder en dat het verzoek tot vergoeding van proceskosten in strijd was met redelijkheid en billijkheid. Daarnaast kon de kantonrechter de vordering tot wettelijke rente niet toewijzen vanwege gebrek aan onderbouwing en het ontbreken van de Huurcommissie-uitspraak in het dossier.
De kantonrechter veroordeelde de huurder in de proceskosten, die nihil werden begroot, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vorderingen van de huurder worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.