In deze burenzaak staat de mammoetboom in de voortuin van gedaagde centraal, waarvan de wortels schade en hinder veroorzaken op het perceel van eiser. Eiser vordert primair verwijdering van de boom wegens onrechtmatige hinder, subsidiair het verwijderen van overhangende begroeiing en wortels, alsmede vergoeding van kosten en schade.
Gedaagde betwist de onrechtmatigheid en stelt dat de vordering verjaard is en dat het verwijderen van de boom niet noodzakelijk is. De rechtbank oordeelt dat de vordering niet verjaard is omdat de onrechtmatige hinder pas vanaf 2018 is ontstaan. De boom veroorzaakt onrechtmatige hinder door wortelopdruk die de bestrating van de oprit van eiser fors omhoog drukt en een reële dreiging vormt voor de fundering en afvoerleidingen.
De rechtbank wijst het beroep op het wortelkaprecht af omdat incidenteel kappen onvoldoende is en risico's met zich meebrengt. Alternatieven voor het behoud van de boom zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank veroordeelt gedaagde tot verwijdering van de boom uiterlijk 31 oktober 2024, tot betaling van een dwangsom, vergoeding van deskundigenkosten en een voorschot op schadevergoeding voor herstel van de oprit. De vorderingen van gedaagde in reconventie worden afgewezen.