ECLI:NL:RBLIM:2024:2221

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
17 april 2024
Publicatiedatum
30 april 2024
Zaaknummer
C/03/328265 / HA ZA 24-121
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
artikel 2.14 procesreglement
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in verzet tegen vonnis op tegenspraak

Op 24 januari 2024 heeft de rechtbank een vonnis gewezen in een civiele zaak tussen partijen. De eiser in het verzet stelde dat tegen hem verstek was verleend, waardoor het verzet ontvankelijk zou moeten zijn.

De rechtbank overwoog dat hoewel aanvankelijk verstek was verleend wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht, dit later alsnog was betaald en de procedure werd voortgezet. De eiser in het verzet heeft echter nagelaten tijdig een conclusie van antwoord te nemen, waardoor het recht om te antwoorden verviel.

Het vonnis van 24 januari 2024 is daarom een vonnis op tegenspraak en het rechtsmiddel van verzet staat daartegen niet open. De rechtbank verklaarde de eiser in het verzet niet-ontvankelijk en veroordeelde hem in de proceskosten, welke aan de zijde van de wederpartij nihil werden begroot.

Uitkomst: Eiser in het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzet tegen het vonnis van 24 januari 2024.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/328265 / HA ZA 24-121
Vonnis bij vervroeging van 17 april 2024
in de zaak van
[eiser, gedaagde in het verzet],
wonend te [woonplaats 1] ,
eisende partij, gedaagde partij in verzet,
advocaat mr. A.F.G. Pennino,
tegen
[gedaagde, eiser in het verzet],
wonend te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij, eisende partij in verzet,
advocaat mr. R.R.J.W. Delsing.
Partijen zullen hierna [eiser, gedaagde in het verzet] en [gedaagde, eiser in het verzet] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de rolbeslissing van 20 maart 2024
  • de akte uitlating namens [gedaagde, eiser in het verzet] met bijlagen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

Op 24 januari 2024 heeft deze rechtbank tussen [eiser, gedaagde in het verzet] als eisende partij en [gedaagde, eiser in het verzet] als gedaagde partij vonnis gewezen (zaaknummer C/03/321410 HA ZA 23-371).

3.De beoordeling

3.1.
Bij rolbeslissing van 20 maart 2024 heeft de rechtbank verklaard voornemens te zijn [gedaagde, eiser in het verzet] niet-ontvankelijk te verklaren in het verzet. [gedaagde, eiser in het verzet] is in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten.
3.2.
[gedaagde, eiser in het verzet] stelt dat, in tegenstelling tot hetgeen is vermeld in het vonnis van
24 januari 2024, tegen hem verstek is verleend. Dit blijkt volgens [gedaagde, eiser in het verzet] uit de brief van de rechtbank van 30 oktober 2023, die als bijlage A aan de akte uitlating is gevoegd. Het verzet dient derhalve ontvankelijk te zijn, aldus [gedaagde, eiser in het verzet] .
3.3.
De rechtbank overweegt als volgt.
In de brief van 30 oktober 2023 staat dat tegen [gedaagde, eiser in het verzet] verstek is verleend, nu de betaling van het griffierecht niet (tijdig) is ontvangen. Tevens is vermeld dat indien het griffierecht wel tijdig is betaald, de procedure op de normale wijze zal worden vervolgd.
Op 31 oktober 2023 heeft [gedaagde, eiser in het verzet] het griffierecht voldaan, waarna het verstekvonnis op de rol op “niet uitgevoerd” is gezet, met de mededeling “alsnog betaald”. Vervolgens is de zaak naar de rol van 8 november 2023 verwezen voor conclusie van antwoord. [gedaagde, eiser in het verzet] heeft verzuimd (tijdig) een conclusie van antwoord te nemen, zodat het recht om te antwoorden is vervallen. Op de rol van 13 december 2023 is vervolgens namens [gedaagde, eiser in het verzet] een B7 formulier met een uitlating conform artikel 2.14 van het procesreglement ingediend. Vervolgens is vonnis bepaald.
[gedaagde, eiser in het verzet] is derhalve in de procedure verschenen, zodat niet gesteld kan worden dat het vonnis van 24 januari 2024 heeft te gelden als een verstekvonnis.
3.4.
De rechtbank blijft derhalve bij haar voorlopig oordeel dat het op 24 januari 2024 gewezen eindvonnis een op tegenspraak gewezen vonnis is, waartegen het rechtsmiddel van verzet niet openstaat. [gedaagde, eiser in het verzet] zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzet.
3.5.
Gelet op de uitkomst van de procedure zal [gedaagde, eiser in het verzet] in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van [eiser, gedaagde in het verzet] begroot op nihil.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
verklaart [gedaagde, eiser in het verzet] niet-ontvankelijk in het verzet tegen het vonnis van 24 januari 2024 met zaaknummer C/03/321410 HA ZA 23-371,
4.2.
veroordeelt [gedaagde, eiser in het verzet] in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiser, gedaagde in het verzet] , welke kosten worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken. [1]

Voetnoten

1.type: AH