Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 mei 2024 in de zaken tussen
[naam] , uit [woonplaats] , [naam] , uit [woonplaats] ,
en
Rechtbank Limburg
Verzoekers hebben bij de rechtbank Limburg voorlopige voorzieningen gevraagd tegen besluiten tot verlening van een omgevingsvergunning en een wijzigingsvergunning voor de bouw van een distributiecentrum. De vergunningen betreffen onder meer afwijkingen van het bestemmingsplan, met name een overschrijding van de maximale bouwhoogte en afstand tot perceelsgrens.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er wel spoedeisend belang bestaat bij schorsing van de oorspronkelijke omgevingsvergunning omdat de bouwwerkzaamheden zijn aangevangen, maar niet bij de wijzigingsvergunning omdat de werkzaamheden daarvoor nog niet zijn gestart. De verzoeken tegen de wijzigingsvergunning worden daarom afgewezen.
Inhoudelijk is geoordeeld dat de omgevingsvergunning terecht is verleend met toepassing van binnenplanse afwijkingsbevoegdheden en dat deze niet in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. Het relativiteitsvereiste verhindert beoordeling van bezwaren over de geurcirkel. Ook is onvoldoende gebleken dat de verkeersbewegingen en stikstofberekeningen onjuist zijn. De omgevingsdialoog is niet wettelijk verplicht en is voldoende gevoerd. Verzoekers hebben onvoldoende onderbouwd dat de beperkte bouwhoogteafwijking negatieve ruimtelijke effecten veroorzaakt. Geluid- en verkeersnormen zijn geregeld via andere regelgeving en handhaving. De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning en wijzigingsvergunning worden afgewezen.