ECLI:NL:RBLIM:2024:2275
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rectificatieverzoek persoonsgegeven over onderzoek bijstandsfraude
Eiser verzocht het college om rectificatie van het onjuiste gegeven dat er een onderzoek naar bijstandsfraude of een strafrechtelijk onderzoek naar hem loopt, gebaseerd op artikel 16 AVG Pro. Het college wees dit verzoek af omdat het geen persoonsgegeven zou betreffen. De rechtbank oordeelt dat het gegeven wel een persoonsgegeven is, omdat het gelieerd is aan eiser, maar dat het niet voor rectificatie in aanmerking komt omdat het een subjectieve opvatting van het college betreft en niet eenvoudig objectief vast te stellen is.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van het college, maar laat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand, waardoor het rectificatieverzoek blijft afgewezen. Tevens oordeelt de rechtbank dat de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep met zes maanden is overschreden en kent eiser een schadevergoeding van € 500,- toe. Daarnaast wordt het griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 1.750,- aan eiser toegekend.
De rechtbank benadrukt dat het correctierecht niet bedoeld is om meningen of onderzoeksresultaten te corrigeren. Het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt toegewezen, waarbij de Staat der Nederlanden wordt veroordeeld tot betaling van de vergoeding en proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter G. Leijten op 2 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand, en eiser krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.