Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2024:2279

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
1 mei 2024
Publicatiedatum
3 mei 2024
Zaaknummer
10693954 CV EXPL 23-3831
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 111 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot betaling van huurprijsindexering door VvE

Cheappower4U en de VvE sloten een huurovereenkomst voor een WKK-installatie met een vaste huurprijs zonder indexeringsbepaling. Vanaf 2019 indexeerde Cheappower4U de huurprijs, welke de VvE aanvankelijk betaalde, maar vanaf 2022 stopte met betaling van de indexering. Cheappower4U vorderde betaling van de niet-betaalde indexering en voortzetting daarvan.

De VvE betwistte dat zij gehouden is tot betaling van de indexering, omdat deze niet in de huurovereenkomst is opgenomen en omdat onduidelijk is welke afspraken hierover met de toenmalige bestuurder Phidec zijn gemaakt. De kantonrechter oordeelde dat Cheappower4U onvoldoende heeft onderbouwd welke afspraken er waren en hoe de indexering is berekend.

Ook de vordering tot maandelijkse betaling van de indexering is onvoldoende concreet. De kantonrechter concludeert dat er geen rechtsgrond is voor de vorderingen en wijst deze af. Cheappower4U wordt veroordeeld in de proceskosten van de VvE.

Uitkomst: De vorderingen tot betaling van de huurprijsindexering worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10693954 CV EXPL 23-3831
Vonnis van de kantonrechter van 1 mei 2024
in de zaak van:
CHEAPPOWER4U PROJECTS B.V.
te Beek,
eiseres,
gemachtigde: mr. Ph.W.A.M. van Roy,
tegen:
[gedaagde]
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. R.C. Breuls.
Partijen worden hierna aangeduid als Cheappower4U en de VvE.

1.De zaak in het kort

Cheappower4U en de VvE hebben een huurovereenkomst gesloten op grond waarvan Cheappower4U aan de VvE energie levert door middel van een Warmte Kracht Koppeling-installatie (hierna: WKK-installatie). Cheappower4U heeft op een gegeven moment de huurprijs geïndexeerd. De VvE heeft de indexering van de huurprijs vanaf 2022 niet meer betaald. Volgens Cheappower4U is de VvE deze indexering verschuldigd. De VvE betwist dit. De kantonrechter is het met de VvE eens en wijst de vorderingen van Cheappower4U af.

2.De procedure

2.1.
Cheappower4U heeft de VvE gedagvaard. De VvE heeft hierop gereageerd met een conclusie van antwoord. Hierna heeft Cheappower4U een conclusie van repliek genomen. De VvE heeft tot slot een conclusie van dupliek genomen.
2.2.
De kantonrechter heeft vervolgens beslist dat vonnis zal worden gewezen.

3.3. De feiten en het geschil

3.1.
Cheappower4U is een onderneming die zich heeft toegelegd op het verhuren, installeren en onderhouden van WKK-installaties.
3.2.
De VvE is de vereniging van eigenaars van 32 appartementsrechten in het complex [adres] . Bestuurder van de VvE was voorheen Phidec Vastgoed Beheer (hierna: Phidec).
3.3.
Cheappower4U heeft met de VvE een huurovereenkomst gesloten, waarbij afgesproken is dat Cheappower4U aan de VvE energie levert door middel van een WKK-installatie. In de huurovereenkomst is een vaste maandelijkse huurprijs overeengekomen van € 1.585,97. In de huurovereenkomst is geen bepaling opgenomen ten aanzien van het indexeren van de huurprijs.
3.4.
De huurovereenkomst is bekrachtigd in de algemene ledenvergadering van de VvE van december 2016. De ingangsdatum van de huurovereenkomst is 2 april 2017.
3.5.
Vanaf 2019 heeft Cheappower4U de huurprijs geïndexeerd. De VvE heeft de geïndexeerde huurprijs betaald.
3.6.
In 2019 hebben er diverse gesprekken plaatsvonden tussen Cheappower4U, Phidec en de VvE over de afrekening over 2018. Volgens de VvE zaten er fouten in de berekeningen. Cheappower4U weersprak dit. Ook over de afrekening van 2019 hebben partijen discussie gehad. Volgens de VvE zaten ook in die berekeningen fouten, wat Cheappower4U weersprak. De VvE heeft een controlecommissie opgericht om de vermeende misstanden verder uit te zoeken.
3.7.
De controlecommissie kwam er achter dat Cheappower4U een indexering had toegepast op de afrekening over 2019. Tussen Cheappower4U, Phidec en VvE ontstond een geschil hierover. Cheappower4U stelde zich op het standpunt dat na afstemming met Phidec de indexering akkoord zou zijn. Phidec was van mening dat een indexering normaal zou zijn. De VvE was en is het hier niet mee eens.
3.8.
In 2022 is de VvE gestopt met betalen van de indexering van de huurprijs. De VvE heeft tot en met juni 2023 een bedrag van € 1.935,94 aan indexering onbetaald gelaten. De in de huurovereenkomst genoemde maandelijkse huurpenningen worden door de VvE wel betaald.
3.9.
Cheappower4U heeft de VvE gesommeerd tot betaling van de indexering over te gaan. De VvE heeft dit niet gedaan.
3.10.
De VvE heeft het vertrouwen in Phidec opgezegd en heeft inmiddels een andere beheerder/bestuurder.

4.De vordering

4.1.
Cheappower4U vordert, samengevat, de VvE te veroordelen tot
- betaling van de niet betaalde indexering tot en met juni 2023 van € 1.935,94, te vermeerderen met rente,
- maandelijkse betaling van de indexering op de huurprijs (naast de huurprijs) voor de komende maanden zolang de huurovereenkomst van kracht is, te vermeerderen met rente,
- betaling van de proceskosten.

5.5. De beoordeling

Had Cheappower4U het verweer van de VvE in de dagvaarding moeten vermelden?5.1. De VvE stelt dat Cheappower4U de kantonrechter op het verkeerde been heeft gezet door in de dagvaarding geen vermelding te maken van het verweer van de VvE. Volgens de VvE is dit in strijd met artikel 21 Rv Pro waarin is bepaald dat partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. De VvE concludeert dat Cheappower4U niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
5.2.
Uit artikel 111 lid 3 Rv Pro volgt dat de dagvaarding de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren moet bevatten (de substantiëringsplicht). Hoewel de kantonrechter het met de VvE eens is dat Cheappower4U het haar bekende verweer dus in de dagvaarding had moeten vermelden, verbindt zij daar geen gevolgen aan. Het niet vermelden van het verweer van de VvE maakt niet dat zonder meer sprake is van een schending van artikel 21 Rv Pro. Naar het oordeel van de kantonrechter is geen sprake van het bewust uiten van onwaarheden of voor de beslissing relevante feiten verdoezelen. Op het niet naleven van de in artikel 111 lid 3 Rv Pro opgenomen substantiëringsplicht is geen wettelijke sanctie gesteld. De kantonrechter ziet daar dus ook geen reden in om Cheappower4U niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen. Bovendien heeft de VvE bij conclusie van antwoord en conclusie van dupliek haar verweer naar voren kunnen brengen, zodat zij door het niet vermelden van het verweer in de dagvaarding niet in haar belangen is geschaad.
Is de VvE verplicht de indexering te betalen?
5.3.
Ter beantwoording staat de vraag of de VvE de indexering van de huurprijs moet betalen. Volgens Cheappower4U is dat het geval. Volgens de VvE is dit niet zo en is zij alleen de in de huurovereenkomst genoemde huurpenningen verschuldigd.
5.4.
De kantonrechter stelt voorop dat partijen een schriftelijke huurovereenkomst hebben opgesteld en dat in die huurovereenkomst niet is opgenomen dat de VvE de indexering van de huurprijs verschuldigd is. Dit erkent Cheappower4U ook. Cheappower4U stelt echter dat in 2018 met Phidec – destijds de bestuurder van de VvE – is gesproken over het indexeren van de huurprijs. Volgens Cheappower4U heeft Phidec tijdens die gesprekken rechtmatig ingestemd met de indexering.
5.5.
De VvE betwist dit. De VvE stelt onder andere dat Cheappower4U niet duidelijk maakt wat de inhoud van die afspraken is. Volgens de VvE is niet duidelijk wat er in de ogen van Cheappower4U is afgesproken.
5.6.
De kantonrechter is dit met de VvE eens. De kantonrechter begrijpt de stellingen van Cheappower4U zo dat zij met Phidec namens de VvE een (aanvullende) overeenkomst heeft gesloten op grond waarvan zij recht zou hebben op de hier gevorderde betaling van de indexering. Op Cheappower4U rust de stelplicht (en bewijslast) hiervan. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Cheappower4U deze stelling echter onvoldoende met feiten onderbouwd. Door Cheappower4U is niet toegelicht welke afspraken precies met Phidec zijn gemaakt. Cheappower4U heeft niet toegelicht welke wijze van indexering zij aan Phidec heeft voorgesteld en met welke wijze van indexeren Phidec vervolgens zou hebben ingestemd. Door Cheappower4U is enkel gesteld dat zij in 2018 met Phidec contact heeft opgenomen “terzake de indexering” en dat “Phidec rechtmatig met de indexering heeft ingestemd”. Hoe Cheappower4U voornemens was te indexeren en met wélke indexering Phidec dus heeft ingestemd is door Cheappower4U niet nader onderbouwd. Dit klemt temeer nu Cheappower4U bij de indexering niet aansluit bij de maandprijsindexcijfers volgens de consumentenprijsindex (CPI) zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), maar dat zij – zo stelt zij – op basis van input van haar onderaannemers Feenstra, Gasengineering en AON de indexering vaststelt. Dat Phidec met deze specifieke wijze van indexering heeft ingestemd, is niet gesteld of gebleken. Integendeel. Bij de uitleg van Phidec aan de VvE over de indexering verwijst Phidec juist wel naar de CPI (productie 10 bij conclusie van antwoord).
5.7.
Ook heeft Cheappower4U het gevorderde bedrag van € 1.935,94 niet toegelicht. Cheappower4U stelt enkel dat dit de indexering tot juni 2023 is. Maar hoe dit bedrag is opgebouwd, heeft zij niet toegelicht. Zelfs als al vast zou komen te staan dat de indexering met de VvE zou zijn overeengekomen, is het voor de kantonrechter onduidelijk of het gevorderde bedrag juist berekend is. De vordering tot maandelijkse betaling van de indexering is bovendien onvoldoende concreet om toe te kunnen wijzen. Cheappower4U vordert “maandelijkse betaling van de indexering op de huurprijs (naast de huurprijs) voor de komende maanden zolang de huurovereenkomst van kracht is”. Ook hier is niet geconcretiseerd op welke wijze zij indexeert. De vorderingen van Cheappower4U zijn ook om deze redenen niet toewijsbaar.
5.8.
De stellingen van Cheappower4U dat de VvE de geïndexeerde huurprijs enige tijd betaald heeft, dat zij meermaals de begroting heeft goedgekeurd waarin de indexering was opgenomen en dat zij brieven heeft ontvangen over de indexering doet aan het voorgaande niet af. Ook dan is niet vast komen te staan dat er een overeenkomst ten grondslag ligt aan de vorderingen van Cheappower4U.
5.9.
De vraag of Phidec bevoegd was om namens de VvE in te stemmen met de indexering kan gelet op het voorgaande in het midden blijven. Nu Cheappower4U onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat met de door haar gehanteerde indexering is ingestemd door Phidec, is de vraag of die instemming de VvE kan binden niet meer relevant.
Conclusie
5.10.
Gelet op het voorgaande wijst de kantonrechter de vorderingen van Cheappower4U af. Dat partijen de gevorderde indexering van de huurprijs zijn overeengekomen is niet vast komen te staan. Er is dus geen rechtsgrond om de vorderingen van Cheappower4U toe te wijzen.
Proceskosten
5.11.
Cheappower4U is de partij die ongelijk krijgt en zal daarom in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van de VvE vastgesteld op
  • salaris gemachtigde: € 408,00 (2,00 punten x € 204,00);
  • nakosten:
Totaal: € 543,00.

6.De beslissingDe kantonrechter:

6.1.
wijst de vorderingen van Cheappower4U af,
6.2.
veroordeelt Cheappower4U in de proceskosten, aan de zijde van de VvE tot dit vonnis vastgesteld op € 543,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Cheappower4U niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Cheappower4U ook de kosten van betekening betalen.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. de Boer en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2024.