ECLI:NL:RBLIM:2024:2317
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen woningsluiting op grond van Opiumwet
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om haar woning voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de sluiting te voorkomen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster vervangende woonruimte had gevonden en dat de burgemeester had toegezegd ongeveer een week te wachten met de sluiting, zodat verzoekster haar woning kon leegmaken. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde vervolgens of het besluit evident onrechtmatig was, hetgeen betekent dat zonder diepgaand onderzoek zeer ernstig moet worden betwijfeld of het besluit juist is. Dit bleek niet het geval; de grieven konden in de bezwaarprocedure worden behandeld. Daarom werd het verzoek afgewezen. De burgemeester mag de woning vanaf 7 mei 2024 sluiten. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wordt afgewezen en de burgemeester mag de woning sluiten.