ECLI:NL:RBLIM:2024:2326
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens hennepbezit niet toewijsbaar wegens onvoldoende noodzaak en onevenredigheid
Verzoeker betwist de sluiting van zijn woning op grond van artikel 13b Opiumwet, nadat de burgemeester een last onder bestuursdwang oplegde vanwege het aantreffen van 28,5 gram hennep in de woning. De politie trof de drugs verdeeld over 26 gripzakjes aan, en verzoeker werd ook op straat aangehouden met hennep. Verzoeker stelt dat de hoeveelheid hennep voor eigen gebruik was en dat er geen handel vanuit de woning plaatsvond.
De voorzieningenrechter oordeelt dat hoewel de burgemeester bevoegd is tot sluiting bij handelshoeveelheden, de noodzaak van sluiting onvoldoende is onderbouwd. Er is geen bewijs dat de woning als drugspand fungeert of dat er sprake is van loop naar de woning. Verzoeker onderbouwt zijn gebruik met medische gegevens en verklaart dat de hoeveelheid voor eigen gebruik is, wat door de ambulant begeleider wordt bevestigd.
Daarnaast is de woningsluiting niet evenredig vanwege de ernstige gevolgen voor verzoeker en zijn gezin, waaronder het definitief verliezen van de woning, dakloosheid, het niet kunnen zorgen voor zijn minderjarige dochter met een beperking, en het beëindigen van ambulante hulpverlening. De voorzieningenrechter schorst het besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar en veroordeelt de burgemeester tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de woningsluiting wordt geschorst wegens onvoldoende onderbouwing van noodzaak en onevenredige gevolgen.