ECLI:NL:RBLIM:2024:2416

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
1 mei 2024
Publicatiedatum
14 mei 2024
Zaaknummer
C/03/325693 / HA ZA 23-554
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 246 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen en proceskostenveroordeling na doorhaling civiele procedure

Eiseres heeft na het indienen van de conclusie van antwoord verzocht de civiele procedure tegen gedaagden door te halen. De rechtbank kwalificeert dit verzoek als een ex artikel 246 Rv Pro-verzoek, waarbij doorhaling slechts mogelijk is bij instemming van beide partijen. Gedaagden stemden niet in en maakten kosten vanwege de handelswijze van eiseres.

De rechtbank oordeelt dat doorhaling op eenzijdig verzoek niet mogelijk is, waardoor de vorderingen van eiseres worden afgewezen. Omdat eiseres in het ongelijk is gesteld, wordt zij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagden, begroot op €1.775,00. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat de advocaat van gedaagde sub 3 zich niet heeft gesteld, waardoor het griffierecht niet aan deze partij is toegerekend.

De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad en betaling dient binnen veertien dagen te geschieden, vermeerderd met kosten van betekening bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is op 1 mei 2024 gewezen door rechter B.R.M. de Bruijn.

Uitkomst: Vorderingen van eiseres worden afgewezen en zij wordt veroordeeld tot betaling van €1.775,00 aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/325693 / HA ZA 23-554
Vonnis van 1 mei 2024
in de zaak van
[eiseres],
wonend te [woonplaats 1] ,
eiseres,
advocaat: mr. J.B.G. Gelissen,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

wonend te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. P.M. Boiten,
2.
[gedaagde sub 2],
wonend te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. P.M. Boiten,
3.
[gedaagde sub 3],
wonend te [woonplaats 3] ,
na verwijzing geen advocaat gesteld,
4.
[gedaagde sub 4],
wonend te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. P.M. Boiten,
5.
[gedaagde sub 5],
wonend te [woonplaats 4] ,
advocaat: mr. P.M. Boiten,
gedaagden.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagden] (mannelijk meervoud) genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van de kantonrechter van 13 december 2023,
  • de akte van uitlating naar aanleiding van het vonnis strekkende tot verwijzing van 9 januari 2024 zijdens [eiseres] ,
  • de brief zijdens [gedaagden] van 15 januari 2024,
  • de brief zijdens [eiseres] van 8 februari 2024.
1.2.
Bij akte uitlating heeft [eiseres] de rechtbank bericht dat zij om haar moverende redenen afziet om in deze zaak verder te procederen. [eiseres] heeft de rechtbank verzocht tot volledige doorhaling van deze zaak.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank kwalificeert de wens van [eiseres] om af te zien van verder procederen in deze zaak als een verzoek ex artikel 246 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), waarbij [eiseres] de procedure tegen [gedaagden] ter rolle wenst door te halen.
2.2.
[gedaagden] heeft niet met doorhaling van de zaak ingestemd. [gedaagden] hebben kenbaar gemaakt dat zij als gevolg van de handelswijze van [eiseres] veel kosten hebben gemaakt. [gedaagden] stellen zich op het standpunt dat [eiseres] om die reden in de proceskosten dient te worden veroordeeld.
2.3.
Op grond van artikel 246 lid 1 Rv Pro kan doorhaling van de procedure alleen plaatsvinden op verzoek van beide partijen. Doorhaling op eenzijdig verzoek is niet mogelijk. Het afzien van [eiseres] om verder te procederen wordt zo begrepen dat zij haar vorderingen tegen [gedaagden] in deze procedure niet langer handhaaft. De vorderingen van [eiseres] worden daarom afgewezen.
2.4.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden vastgesteld tot de datum van het tussenvonnis van de kantonrechter van 13 december 2023, omdat [gedaagden] nadien geen proceshandelingen meer hebben verricht. De begroting van de kosten voor de procesbijstand vindt om die reden plaats aan de hand van de tarieven die worden gehanteerd bij procedures ten overstaan van de kantonrechter. De proceskosten van [gedaagden] worden aldus begroot op:
  • griffierecht € 1.301,00
  • salaris gemachtigde € 339,00 (1 punt)
  • nakosten
totaal € 1.775,00,
met dien verstande dat, nu mr. Boiten zich niet heeft gesteld voor gedaagde sub 3 in de procedure zoals voortgezet bij de kamer voor andere dan kantonzaken, het griffierecht niet aan deze gedaagde in rekening is gebracht en daarom geen deel uitmaakt van de ten gunste van deze uit te spreken proceskostenveroordeling. Dit wijzigt niets in het totaalbedrag dat [eiseres] aan proceskosten is verschuldigd. Dat blijft € 1.775,00.

3.De beslissing

3.1.
wijst de vorderingen af,
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van gedaagden sub 1,2,4 en 5 begroot op €1.775,00 en aan de zijde van gedaagde sub 3 op €474,00, met dien verstande dat [eiseres] in totaal €1.775,00 verschuldigd is, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2024.
type: FL
coll: