ECLI:NL:RBLIM:2024:2509
Rechtbank Limburg
- Wraking
- H.J.M. Quaedvlieg
- H.E.G. Peters
- W.F.J. Aalderink
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek rechter rechtbank Limburg ongegrond verklaard
Op 30 januari 2024 heeft verzoeker tijdens een mondelinge behandeling een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. M.M.T. Coenegracht, rechter bij de rechtbank Limburg, wegens een procesbeslissing waarbij verzoeker geen pleitnota mocht overleggen.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling onpartijdig wordt vermoed, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid. Het subjectieve standpunt van verzoeker is niet doorslaggevend; de vrees moet objectief gerechtvaardigd zijn.
De kamer concludeert dat de procesbeslissing geen grond voor wraking kan opleveren omdat er geen aanwijzingen zijn dat deze beslissing ingegeven was door vooringenomenheid. Ook de stelling dat de rechter niet geschikt zou zijn voor een ethische benadering is onvoldoende gemotiveerd.
Daarom verklaart de wrakingskamer het verzoek tot wraking ongegrond. De beslissing is op 26 februari 2024 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard.