Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Limburg
Op 4 juni 2018 sloot [gedaagde] een tijdelijke huurovereenkomst met Woonpunt voor een woonruimte tegen een maandelijkse huur van € 483,00. De huurovereenkomst is inmiddels beëindigd en de eindoplevering vond plaats op 18 juli 2022.
Woonpunt vordert betaling van € 510,11, bestaande uit achterstallige huur over juli 2022, vergoeding buitengerechtelijke kosten en vervallen wettelijke rente, vermeerderd met wettelijke rente vanaf dagvaarding. [gedaagde] erkent de achterstallige huur niet te hebben betaald, maar voert verweer met persoonlijke omstandigheden en betalingsonmacht.
De rechtbank oordeelt dat de betalingsverplichting uit de huurovereenkomst onbetwist is en dat betalingsonmacht geen grond is voor afwijzing. De gevorderde achterstallige huur, buitengerechtelijke kosten conform artikel 6:96 lid 6 BW Pro en wettelijke rente worden toegewezen. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag en in de proceskosten, die worden vastgesteld op € 722,49. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, buitengerechtelijke kosten, wettelijke rente en proceskosten.