Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[eiseres sub 1] .,
2.
[eiseres sub 2],
3.
[eiseres sub 3],
1.De procedure
- de incidentele conclusie van [gedaagde] ,
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een incident in een civiele procedure tussen voormalige samenwerkende advocaten en hun vennootschappen. Na beëindiging van hun samenwerking ontstond een geschil over de financiële afwikkeling, waarbij partijen overeenkwamen eerst een accountantsrapport te laten opstellen alvorens de rechter te raadplegen.
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft in een eerder arrest van 4 april 2023 vastgesteld dat partijen eerst het rapport van de accountant moeten afronden. Nu eisers zich niet aan deze afspraak houden, vordert gedaagde hun niet-ontvankelijkheid. De eisers voeren verweer dat niet is voldaan aan formele vereisten voor niet-ontvankelijkheid.
De rechtbank acht zich nog niet voldoende voorgelicht om hierover te beslissen en bepaalt een mondelinge behandeling. Daarbij zal worden besproken of het beroep op het arrest leidt tot niet-ontvankelijkheid, de invloed van partijen die niet bij het hof waren betrokken, en de aard van de tijdelijke grond voor niet-ontvankelijkheid.
De beslissing in het incident en de hoofdzaak wordt aangehouden tot na de mondelinge behandeling, gepland op 3 juli 2024.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en bepaalt een mondelinge behandeling om de niet-ontvankelijkheid van eisers nader te bespreken.