Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 21 februari 2024,
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Borgstelling
2016aan [gedaagde] schrijft: ‘U heeft aangegeven dat u bereid bent borg te staan voor de financiële verplichtingen van [naam bv 1] en [naam bv 2] ’, wat volgens [gedaagde] niet te rijmen is met de stelling van Rabobank dat er al in 2011 een borgtocht was verstrekt,
nuniets meer over die tijd zou kunnen herinneren - zoals hij tijdens de mondelinge behandeling beweerde - is daarvoor geen verklaring.
ditfinancieringsvoorstel niet tot een overeenkomst heeft geleid