Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
Rechtbank Limburg
Stichting Weller Wonen verhuurde sinds 7 juli 2018 een woning aan de huurder, die de huurovereenkomst heeft opgezegd met een einde per 28 februari 2024. De huurder heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd van €3.870,71 tot en met januari 2024 en is niet nagekomen aan een afgesproken betalingsregeling.
Weller Wonen vordert betaling van de openstaande huur, de huur over februari 2024, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De huurder erkent de achterstand maar verzoekt om een nieuwe betalingsregeling vanwege betalingsproblemen.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand en de vordering over februari 2024 terecht zijn en wijst deze toe, inclusief de incassokosten conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Het verzoek om een betalingsregeling wordt afgewezen en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, huur over eindmaand, incassokosten en proceskosten; verzoek om betalingsregeling wordt afgewezen.