Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
[gedaagde sub 4],
[gedaagde sub 5],
[gedaagde sub 6],
[gedaagde sub 7],
[gedaagde sub 8],
[gedaagde sub 9] , mede in zijn hoedanigheid als voormalig (mede-) executeur, althans executeur in de nalatenschap van [erflaatster],
[gedaagde sub 10],
[gedaagde sub 11],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 t/m 35
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring
- de incidentele conclusie van antwoord.
2.De feiten
3.Het geschil
in de hoofdzaak
1. voor recht verklaart dat de door erflaatster aan de dames [naam 1] en [naam 2] gelegateerde registergoederen niet tot de nalatenschap behoren en dat het legaat is komen te vervallen;
[naam notaris 1] pro se in vrijwaring op te roepen.
[naam notaris 1] de wens van erflaatster niet heeft opgenomen in het testament, zij ernstig financieel benadeeld zijn bij de afwikkeling van de nalatenschap.
4.De beoordeling in het incident
5.De beslissing
3 juli 2024voor conclusie van antwoord alsmede voor opgave verhinderdata aan de zijde van beide partijen voor een mondelinge behandeling in de periode september 2024 tot en met december 2024.