Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- het getuigenverhoor van 18 december 2023
Rechtbank Limburg
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of gedaagde contractuele rente verschuldigd was over een lening van erflater. Op grond van een onderhandse akte werd rente verondersteld, maar gedaagde mocht tegenbewijs leveren.
Gedaagde en verschillende getuigen verklaarden dat er nooit over rente is gesproken en dat erflater de lening als hulp zag, niet als een zakelijke lening. De rechtbank achtte deze verklaringen geloofwaardig en vond dat het bewijs van de akte ontzenuwd was. Hierdoor kon eiser geen aanspraak maken op rente, slechts op de hoofdsom van €39.000.
Daarnaast wees de rechtbank de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten af omdat niet was gesteld dat gedaagde op het moment van de aanmaning in verzuim was. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde is geen contractuele rente verschuldigd en moet de hoofdsom van €39.000 betalen.