De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie van de moeder en de kinderen, aangezien de vader zijn toestemming weigerde en het contact blokkeerde. De kinderen wonen bij de moeder en zijn onder een ondertoezichtstelling geplaatst die loopt tot december 2024.
Tijdens de zitting verscheen de moeder en een vertegenwoordiger van de GI, maar de vader was afwezig en gaf geen inhoudelijke argumenten voor zijn weigering. De kinderrechter hoorde ook het kind [kind 2], dat graag op vakantie wil en het onbegrip over het weigeren van toestemming door de vader uitte.
De kinderrechter oordeelde dat het verzoek van de GI niet onder artikel 1:262b BW valt, omdat het niet de uitvoering van de ondertoezichtstelling raakt. De GI kan geen vervangende toestemming vragen voor zaken die een conflict tussen ouders betreffen, zoals vakantie. De moeder kan zelf de weg van artikel 1:253a BW bewandelen om toestemming te verkrijgen.
Hoewel de rechter het verzoek afwees, deed zij een dringend beroep op de vader om zijn toestemming alsnog te verlenen om onnodige procedures en druk op de kinderen te voorkomen. De beslissing werd mondeling gegeven op 16 april 2024 en schriftelijk vastgelegd op 24 april 2024.