Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief van 18 oktober 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de conclusie van dupliek
Rechtbank Limburg
ING verstrekte een krediet aan Adriboo BV, waarbij [gedaagde] als medebestuurder borg stond voor €75.000. Na faillissement van Adriboo BV in 2014 en niet-nakoming door [gedaagde], sloten partijen in 2016 een vaststellingsovereenkomst. Hierin verplichtte [gedaagde] zich tot betaling van €50.000 vóór 21 april 2016, waarna ING finale kwijting zou verlenen en het tweede hypotheekrecht zou royeren.
[gedaagde] betaalde niet, waarna ING overging tot executoriale verkoop. ING vorderde alsnog betaling van de borgstelling, stellende dat finale kwijting niet was verleend. [gedaagde] verweerde zich met verjaring en stelde dat de vaststellingsovereenkomst de borgstelling verving, waardoor de oude rechtsverhouding niet herleefde.
De rechtbank oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst bindende afspraken bevat die de eerdere borgstelling vervangen. ING had geen ontbinding of vernietiging van de overeenkomst gevorderd en kon daarom niet terugvallen op de borgstelling. De vordering van ING werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van ING af omdat de vaststellingsovereenkomst de borgstelling vervangt en ING geen finale kwijting verleende.