Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- het B16-formulier van [eiser] met het productieoverzicht,
- de conclusie van antwoord,
Rechtbank Limburg
Eiser en gedaagde zijn buren met aan elkaar grenzende achtertuinen. Sinds 2021 bestaat een geschil over overhangende takken en beplantingen van gedaagde op het perceel van eiser. In een eerdere bodemprocedure sloten partijen een vaststellingsovereenkomst met afspraken over jaarlijkse snoeiwerkzaamheden door gedaagde.
Eiser vordert nakoming van deze afspraken, waaronder het snoeien van overhangende takken en het verwijderen van overhangende begroeiingen die niet onder de afspraken vallen. Gedaagde betwist dat takken overhangen en voert onder meer aan dat snoei alleen buiten het broedseizoen mag plaatsvinden en dat eiser zelf takken mag verwijderen.
De rechtbank constateert bij descente dat beplantingen en bomen van gedaagde wel degelijk overhangen op het perceel van eiser en dat gedaagde zijn snoeiverplichting niet is nagekomen. Het verweer dat eiser zelf takken mag verwijderen wordt verworpen vanwege de vaststellingsovereenkomst. Ook wijst de rechtbank de stelling van misbruik van recht bij de dwangsom af.
De rechtbank wijst de vorderingen van eiser toe, legt een termijn van veertien dagen voor snoeiwerkzaamheden op, veroordeelt gedaagde tot nakoming van de snoeiplicht en het verwijderen van overige begroeiingen, en legt een dwangsom op met een maximum van €10.000. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot nakoming van de snoeiverplichting, verwijdering van overhangende begroeiingen, betaling van een dwangsom en proceskosten.