Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.Inleiding
3.De tenlastelegging
4.Geldigheid dagvaarding
5.De beoordeling van het bewijs
zeer veel waarschijnlijker (10.000-1.000.000)wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.
zeer veel waarschijnlijker (10.000-1.000.000)wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.
03/071379-21bewezen dat [verdachte]
03/256406-23bewezen dat [verdachte]
6.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
03/071379-21levert de volgende strafbare feiten op:
03/256406-23levert de volgende strafbare feiten op:
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De straf en/of de maatregel
9.De voorlopige hechtenis
10.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
11.Het beslag
12.De wettelijke voorschriften
13.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 5.4 is omschreven;
- spreekt [verdachte] vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 6 is omschreven;
- verklaart [verdachte] strafbaar;
- veroordeelt [verdachte] voor de bewezen verklaarde feiten tot een gevangenisstraf van
- beveelt dat de tijd die door [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt [verdachte] voorts tot een geldboete van
- beveelt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal volgt, vervangende hechtenis zal worden toegepast van
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam bedrijf] toe;
- veroordeelt de veroordeelde hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, van een
€ 1.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
13 september 2023tot aan de dag van de volledige voldoening;
- wijst de vordering voor het overige af;
- veroordeelt [verdachte] hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij in het
- legt aan [verdachte] hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam bedrijf] van
- bepaalt de duur volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling kan worden toegepast op
- bepaalt dat, indien [verdachte] of zijn mededader heeft voldaan aan de verplichting
- € 723,59 (nummer 1 op de beslaglijst);
- 2 computers, een kabel, een koffer, gereedschap, transponders en uitleesapparatuur (nummers 2 t/m 13 op de beslaglijst);