Verzoekster exploiteert sinds 1998 een takelservicebedrijf met herstelwerkzaamheden aan motorvoertuigen op een agrarisch perceel. Verweerder legde lasten onder dwangsom op wegens overtredingen van het bestemmingsplan, waaronder de verkoop en verhuur van tweedehands auto's en het stallen van voertuigen op het buitenterrein.
Verzoekster maakte bezwaar tegen deze lasten, waarna verweerder het bezwaar deels gegrond verklaarde en het dwangsombesluit gedeeltelijk herzag. Verzoekster stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening tegen de lasten die de verkoop/verhuur van occasions en het stallen van voertuigen betroffen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de verkoop en verhuur van occasions niet valt onder het toegestane takelservicebedrijf en daarom terecht verboden is. De last om voertuigen te verwijderen was echter onduidelijk geformuleerd doordat niet werd onderscheiden tussen gronden met en zonder de functieaanduiding takelservicebedrijf. Daarom werd deze last geschorst tot zes weken na uitspraak op het beroep.
Daarnaast werden proceskosten en griffierecht aan verzoekster toegekend. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter op 14 juni 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.