De rechtbank behandelt een verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie na wijziging van het hoofdverblijf van het minderjarige kind [minderjarige 1]. Na eerdere afspraken en een beschikking waarbij het hoofdverblijf bij de man werd vastgesteld, verzoekt de man een bijdrage van €200 per maand vanaf 4 januari 2021. De vrouw voert verweer en stelt een lagere bijdrage voor.
De rechtbank bepaalt de ingangsdatum van de alimentatie op 17 februari 2023, de datum van het verzoekschrift, vanwege de redelijkheid en het voorkomen van terugbetalingsverplichtingen. De behoefte van het kind wordt vastgesteld op €480 per maand, en de draagkracht van beide ouders wordt berekend aan de hand van hun netto besteedbaar inkomen en woonlasten, met toepassing van de draagkrachtformule van de Expertgroep Alimentatienormen.
De vrouw heeft een tweede kind waarvoor ook onderhoudsplicht geldt, en de rechtbank houdt rekening met een behoefte van €870 per maand voor dit kind, exclusief extra kinderopvangkosten. De draagkracht van de vrouw en haar partner wordt verdeeld over beide kinderen. De rechtbank neemt een zorgkorting van 5% voor de vrouw in aanmerking, omdat zij momenteel geen zorgtaken heeft maar wel contact wil opbouwen met het kind.
Uiteindelijk wordt de alimentatie vastgesteld op €190 per maand vanaf 17 februari 2023 en €166 per maand vanaf 7 februari 2024, met compensatie van proceskosten waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek om een hogere zorgkorting en andere aanpassingen wordt afgewezen.