ECLI:NL:RBLIM:2024:373

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 januari 2024
Publicatiedatum
29 januari 2024
Zaaknummer
10709453 \ CV EXPL 23-4008
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:96 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens langdurige huurachterstand

De huurder had een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd van meer dan negen maanden, ondanks eerdere ontbinding van de huurovereenkomst in 2020 die niet was geëxecuteerd. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur met rente en incassokosten.

De huurder erkende de achterstand en gaf aan dat deze was ontstaan door persoonlijke omstandigheden, waaronder werkloosheid en stopzetting van budgetbeheer. Hij en zijn partner zijn inmiddels weer aan het werk en willen de achterstand aflossen. De verhuurder bood een laatste kans aan mits de lopende huur en maandelijkse aflossingen werden voldaan.

De kantonrechter oordeelde dat een huurachterstand van meer dan drie maanden een gegronde reden is voor ontbinding en dat de persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren om hiervan af te wijken. De huurovereenkomst werd ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis.

Daarnaast werd de huurder veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, servicekosten en incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente. De verhuurder kreeg tevens proceskosten toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en biedt de huurder een laatste kans om de lopende huur en aflossingen te voldoen om executie te voorkomen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, ontruiming bevolen en de huurder veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, incassokosten en rente.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10709453 \ CV EXPL 23-4008
Vonnis van 24 januari 2024
in de zaak van
WONINGSTICHTING MAASVALLEI MAASTRICHT,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Maasvallei,
gemachtigde: Flanderijn,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 september 2023
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 29 november 2023.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] huurt van Maasvallei de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna ook: het gehuurde), tegen een huurprijs van thans € 597,02 per maand. Volgens de bepalingen van de huurovereenkomst moet de huur per vooruitbetaling worden voldaan. [gedaagde] woont in de woning samen met zijn partner, de heer [naam] . Deze is geen medehuurder.
2.2.
[gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Deze bedroeg ten tijde van de dagvaarding (tot en met de maand september 2023) € 4.952,49 en op het moment van de mondelinge behandeling € 5.476,11. Daarnaast heeft [gedaagde] een achterstand van € 19,95 terzake stook- en/of servicekosten.
2.3.
Maasvallei heeft [gedaagde] per post op 11 augustus 2023 en via diens mailadres op 10 augustus 2023 een zogenoemde veertiendagenbrief doen toekomen. In die brief heeft Maasvallei [gedaagde] gewezen op de huurachterstand en heeft zij hem de buitengerechtelijk incassokosten ad € 562,55 exclusief € 118,14 btw in het vooruitzicht gesteld.
2.4.
Bij vonnis van 23 september 2020 heeft de kantonrechter in Maastricht de huurovereenkomst ontbonden en [gedaagde] veroordeeld tot onder meer de ontruiming van het gehuurde en tot betaling van de toen bestaande huurachterstand. Maasvallei heeft dat vonnis niet tenuitvoergelegd.

3.Het geschil

3.1.
Maasvallei vordert - samengevat - ontbinding en ontruiming van de door [gedaagde] gehuurde woning en betaling van de huurachterstand en van huur dan wel een gebruikersvergoeding tot aan de ontruiming, alles met rente en kosten.
3.2.
Maasvallei legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekortgekomen is in de nakoming van de huurovereenkomst. Hij is vanaf 2 januari 2021 in verzuim. Ter terechtzitting heeft Maasvallei verklaard dat zij een ontruimingsvonnis wil maar dat zij dat vonnis niet zal executeren als [gedaagde] de lopende huur blijft betalen en daarnaast elke maand stipt een afbetaling van € 600,00 zal doen, conform de betalingsinstructies in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Hij erkent de bestaande huurachterstand, maar die is volgens hem door persoonlijke omstandigheden ontstaan. Hij raakte werkloos en daardoor stopte het budgetbeheer, waardoor de huur niet meer werd betaald. Hij en zijn partner [naam] hebben nu allebei weer werk en willen de achterstand zo snel mogelijk afbetalen, zodat ze kunnen blijven wonen. [gedaagde] vraagt om een laatste kans.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Vast staat dat de huurachterstand op het moment van dagvaarden ruim acht maanden bedroeg en dat deze op het moment van de mondelinge behandeling was opgelopen naar ruim negen maanden. Dit betekent dat [gedaagde] naar het oordeel van de kantonrechter is tekortgekomen in de nakoming van de huurovereenkomst. Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW Pro geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Deze rechtsregel brengt tot uitdrukking dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op (gehele of gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst (HR ECLI:NL:HR:2018:1810).
4.2.
Het is vaste rechtspraak dat een huurachterstand van drie maanden of meer een ontbinding van de huurovereenkomst kan rechtvaardigen. [gedaagde] heeft niets aangevoerd op grond waarvan zou kunnen of moeten worden geoordeeld dat de ontbinding niet zou zijn gerechtvaardigd. De persoonlijke omstandigheden die hij heeft geschetst geven daartoe geen aanleiding. Daarbij komt dat dit niet de eerste keer is dat Maasvallei [gedaagde] heeft gedagvaard vanwege een aanzienlijke huurachterstand. De kantonrechter zal de huurovereenkomst daarom ontbinden en [gedaagde] veroordelen het gehuurde te ontruimen. Daarbij gaat de kantonrechter ervan uit dat Maasvallei, zoals zij bij de mondelinge behandeling heeft toegezegd, het vonnis niet zal executeren zolang [gedaagde] de lopende huur betaalt en maandelijks een aflossing van € 600,00 doet. Dit is de laatste kans waarom [gedaagde] heeft gevraagd.
4.3.
De kantonrechter zal [gedaagde] tevens veroordelen tot betaling van de huurachterstand en de huurtermijnen vanaf 1 oktober 2023 dan wel een gebruiksvergoeding tot het bedrag van de maandelijkse huur. Maasvallei vordert ook wettelijke rente de verschuldigde hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding. De kantonrechter zal dit ook toewijzen.
4.4.
Maasvallei maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Maasvallei heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. In die aanmaning is het tarief vermeld dat past bij de toen bestaande achterstand en dat is het bedrag dat Maasvallei thans vordert. Dit bedrag zal worden toegewezen.
4.5.
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Maasvallei als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
130,49
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
660,00
(2,00 punten × € 330,00)
Totaal
1.304,49

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres] te [woonplaats] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Maasvallei te stellen,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] voorts om aan Maasvallei tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen € 5.653,18 ten titel van huur, stook- en/of servicekosten en incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 september 2023 tot alles betaald is,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] voorts om aan Maasvallei tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de huurbedragen waarop Maasvallei recht had bij nakoming van de overeenkomst, steeds te rekenen vanaf de 1e van elke maand vermeerderd met de wettelijke rente daarover tot alles betaald is:
  • voor iedere maand, te rekenen vanaf 1 oktober 2023 tot de dag van ontbinding aan huur, en
  • daarna tot en met de maand waarin de ontruiming en lege oplevering van het gehuurde heeft plaatsgevonden aan gebruiksvergoeding,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Maasvallei tot dit vonnis vastgesteld op € 1.304,49,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2024.