Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
- de berichten van 8 mei 2024 met producties van [gedaagde]
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een huurovereenkomst tussen Swissned B.V. als verhuurder en [gedaagde] als huurder van een bovenwoning met bedrijfsruimte bestemd voor horeca en wonen. De huurovereenkomst liep van 1 mei 2021 tot 30 april 2024. De huurder gebruikte het pand voor zijn handelsonderneming, maar op het bedrijfsgedeelte werd nooit een winkel geopend.
Swissned nam het pand over per 1 september 2021 en maakte in 2023 kenbaar de huurovereenkomst niet te verlengen. De huurder stopte vanaf juni 2023 met het betalen van huur, waardoor een huurachterstand ontstond. Swissned vorderde betaling van de huurachterstand en ontbinding met ontruiming, maar trok de ontbinding en ontruiming later in omdat het pand al ontruimd was.
De huurder stelde dat het bedrijfsgedeelte niet geschikt was voor de overeengekomen bestemming en dat de huurprijs voor het woongedeelte gematigd moest worden. De kantonrechter oordeelde dat de huurder zelf verantwoordelijk was voor het verkrijgen van vergunningen en dat de verhuurder een principeverzoek had ingediend bij de gemeente. De huurder liep het risico en kon geen beroep doen op een gebrek. De vordering tot betaling van de huurachterstand werd toegewezen, maar de incassokosten werden afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke vereisten.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van €19.215,00 huurachterstand plus wettelijke rente en proceskosten.