ECLI:NL:RBLIM:2024:3867

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
26 juni 2024
Publicatiedatum
28 juni 2024
Zaaknummer
10956714 \ CV EXPL 24-1089
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:267 lid 7 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding medehuur en voortzetting huurovereenkomst door één huurder na beëindiging relatie

Partijen hadden een affectieve relatie en huurden gezamenlijk een woning sinds februari 2022. Na beëindiging van hun relatie in september 2023 verliet gedaagde de woning en verbleef tijdelijk elders. Eiser vorderde ontbinding van de gezamenlijke huurovereenkomst met voortzetting door hem alleen.

Gedaagde voerde verweer en vorderde in reconventie dat zij de huurovereenkomst zou voortzetten. De kantonrechter behandelde de vorderingen samen vanwege hun samenhang. Eerder had de voorzieningenrechter het tijdelijk gebruik van de woning toegewezen aan eiser, mede op basis van diens financiële draagkracht.

Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat gedaagde haar tijdelijke arbeidsovereenkomst niet verlengd kreeg en onvoldoende onderbouwing gaf voor haar toekomstige financiële positie. De kantonrechter oordeelde dat eiser de huur met ingang van 1 juli 2024 mag voortzetten, met uitsluiting van gedaagde.

Vorderingen tot een verbod voor gedaagde om de woning te betreden werden afgewezen wegens gebrek aan belang. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt voortgezet door eiser alleen met uitsluiting van gedaagde vanaf 1 juli 2024.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10956714 \ CV EXPL 24-1089
Vonnis van 26 juni 2024
in de zaak van
[eiser in conventie, verweerder in reconventie],
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,
gemachtigde: mr. J.F.C. Eliëns,
tegen
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ,
gemachtigde: mr. F.H.M. Belt.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, tevens akte van eiswijziging
- de mondelinge behandeling van 14 mei 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. De relatie is op
30 september 2023 beëindigd.
2.2.
Sinds 18 februari 2022 huren partijen gezamenlijk de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: “de woning”). De (kale) huur bedraagt € 785,23 per maand.
2.3.
De huurovereenkomst was aanvankelijk gekoppeld aan een begeleidingsovereenkomst vanwege de hulpvragen van . Inmiddels is deze begeleidingsovereenkomst afgelopen.
2.4.
Op 30 september 2023 heeft de woning verlaten. Zij heeft een aantal maanden bij haar moeder verbleven. Op 7 februari 2024 is teruggekeerd naar de woning, maar op 8 februari 2024 heeft zij de woning weer verlaten. Momenteel verblijft tijdelijk bij een vriendin.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert - samengevat - dat voor [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de door partijen als medehuurders aangegane huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres] te [woonplaats] zal eindigen en dat eiser alleen de huurovereenkomst zal voortzetten,.
3.2.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] voert verweer. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] vordert - samengevat - op haar beurt in spiegelbeeld dat het [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is die de huurovereenkomst zal voortzetten en [eiser in conventie, verweerder in reconventie] degene die de betreffende woning dient te verlaten..
3.5.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] voert verweer. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in de kosten van deze procedure.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie
4.1.
Nu de vorderingen in conventie en reconventie dusdanig met elkaar samenhangen in die zin dat afwijzing van de een zal moeten leiden tot toewijzing van de ander, zal de kantonrechter de stellingen hierna gezamenlijk behandelen.
4.2.
Partijen hebben hun geschil eerder voorgelegd aan de voorzieningenrechter. Deze heeft bij vonnis het tijdelijk voortgezet gebruik van de woning in afwachting van de beslissing in de hoofdzaak, toegewezen aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] met uitsluiting van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] (vonnis d.d. 8 maart 2024 C/03/327310/ KG ZA 24-42). Naast het de door beide partijen aangevoerde belangen, heeft de voorzieningenrechter daarbij zwaar laten wegen dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op basis van zijn financiële gegevens de huur zou kunnen betalen. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zou dat naast haar eigen inkomen uit arbeid slechts kunnen met een forse financiële bijdrage van haar vader.
4.3.
Tijdens de mondelinge behandeling is komen vast te staan dat de (tijdelijke) arbeidsovereenkomst van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet zal worden verlengd. Zij geeft daarop echter aan dat zij nu bij haar vader, die een coffeeshop in Maastricht zou uitbaten, kan gaan werken tegen een bruto inkomen van € 2.100,00 per maand. Deze stelling is echter op geen enkele wijze onderbouwd. Een intentieverklaring van vader, arbeidsovereenkomst of ander bewijs werd niet overgelegd.
4.4.
Nu vaststaat dat de financiële positie van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] verder is verslechterd en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als zodanig weinig tot geen garantie kan bieden dat zij in de toekomst daadwerkelijk de huur van de woning zelfstandig kan opbrengen, zal de kantonrechter de vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] toewijzen en ex art. 7:267 lid 7 BW Pro bepalen dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] met ingang van 1 juli 2024 de huur van de gemeenschappelijk gehuurde woning zal voortzetten met uitsluiting van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] .
4.5.
De (bij akte gewijzigde) vorderingen tot een verbod voor [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de woning te betreden en te ontruimen onder dwangsom zullen worden afgewezen bij gebrek aan belang nu [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet alleen verklaard heeft dat zij zal handelen conform dit oordeel, doch ook verder niet is onderbouwd door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat dit mogelijk anders zou liggen.
4.6.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
bepaalt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de huur van de woning aan de [adres] te [woonplaats] met ingang van 1 juli 2024 niet langer zal voorzetten en dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] het huurecht met uitsluiting van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zal voortzetten
5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.5.
wijst de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] af,
5.6.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2024.