De rechtbank Limburg heeft op 31 januari 2024 uitspraak gedaan in een civiele procedure betreffende de ontbinding van een koopovereenkomst van een woning, gelegen aan een adres te een plaatsnaam. De verkopers, vertegenwoordigd door hun dochter en kleindochter, hadden een koopovereenkomst gesloten met twee kopers. De kopers zijn tekortgeschoten in hun verplichting tot het stellen van een bankgarantie of het storten van een waarborgsom.
De koopovereenkomst bevatte een boetebeding dat bij niet-nakoming een contractuele boete van 10% van de koopsom oplevert. Na ingebrekestelling en nalatigheid van de kopers heeft de verkoper de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en vordert zij betaling van de boete en rente. De procedure betrof zowel de hoofdzaak tegen beide kopers als een vrijwaringsprocedure tussen de kopers.
De rechtbank oordeelde dat de koopovereenkomst terecht buitengerechtelijk is ontbonden wegens toerekenbare tekortkoming van de koper die geen verweer voerde. De verkoper werd veroordeeld tot betaling van €48.500, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 oktober 2022. De procedure tegen de tweede koper werd door de verkoper ingetrokken na een minnelijke regeling. De vrijwaringsvorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.