Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 juli 2024 in de zaak tussen
[naam] , uit [woonplaats] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Als u[w] kinderen in deze periode ziek zijn zal er conform huidige afspraken ingezet mogen worden tot aan eerder genoemde datum”. Ter zitting is gebleken dat er bij ziekte van een of meer van de kinderen hulp wordt ingezet. Alleen de voorwaarden die het college daaraan verbindt houden partijen verdeeld. Nu in het bestreden besluit geen concreet besluit is opgenomen over de inzet van begeleiding bij ziekte ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek toe te wijzen, in zoverre dat wanneer de kinderen niet naar school en/of de buitenschoolse opvang kunnen vanwege ziekte, tijdens deze uren hulp moet worden ingezet door de Stichting Lyvia. De aanvullende voorwaarde van het college dat verzoekster een schriftelijk bewijs over dient te leggen van de ziekmelding aan school, acht de voorzieningenrechter niet onredelijk. Dat een ziekmelding geen bewijs is dat het kind daadwerkelijk ziek is, zoals verzoekster heeft aangevoerd, volgt de voorzieningenrechter. Maar dat maakt de voorwaarde nog niet onredelijk. Deze voorwaarde dient namelijk ook een ander doel, zoals het college ter zitting heeft toegelicht, namelijk dat het college beter kan controleren of een of meer van de kinderen werkelijk niet naar school en/of bso is/zijn geweest op een moment dat extra uren zijn ingezet.
Conclusie en gevolgen
€ 1.750,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).