De rechtbank Limburg heeft op 10 juli 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende personen- en familierecht waarbij de vader verzocht om benoeming van een bijzondere curator om te onderzoeken of de erkenning van zijn kind, [minderjarige 1], vernietigd moest worden. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde afwijzing van dit verzoek omdat dit niet in het belang van het kind zou zijn gezien diens hechtingsproblematiek en het risico op bevestiging van afwijzing.
De ouders hebben tevens verzocht om wijziging van de zorgregeling en kinderbijdrage voor hun twee minderjarige kinderen. De rechtbank constateerde een gewijzigde situatie en beoordeelde de verzoeken inhoudelijk. De ouders bereikten overeenstemming over de zorgregeling waarbij voor [minderjarige 1] geen zorgregeling tussen vader en kind wordt vastgesteld, en voor [minderjarige 2] een gedetailleerde zorgregeling werd overeengekomen inclusief vakanties en weekindeling.
Ook stemden de ouders in met een gewijzigde kinderbijdrage waarbij de vader vanaf 1 mei 2024 een bedrag van €200 per maand per kind zal betalen, inclusief nabetaling van indexering sinds 2019. De rechtbank achtte deze afspraken in het belang van de kinderen en wees het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator af. De proceskosten worden door iedere ouder zelf gedragen.