Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2024:4360

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
10 juli 2024
Publicatiedatum
12 juli 2024
Zaaknummer
11098477 \ CV EXPL 24-2335
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 2 sub c BWArt. 6:119a BWArt. 17.8 algemene voorwaardenArt. 242 RvBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering wegens niet-nakoming koopovereenkomst met incassokosten

Vent B.V. heeft in opdracht van [gedaagde] goederen verkocht en geleverd, maar ondanks herinneringen bleef betaling van €22.048,23 uit. Vent B.V. vordert daarom betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] erkent de schuld en heeft reeds ruim €10.000 betaald, met een voorstel om de resterende €6.000 in twee termijnen te voldoen.

De kantonrechter stelt vast dat de hoofdsom niet of onvoldoende wordt betwist en wijst de vordering toe. Ook de wettelijke handelsrente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. De gevorderde incassokosten worden gematigd op basis van het toepasselijke tarief van het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, tot €995,48.

Na verrekening van reeds gedane betalingen komt het toe te wijzen bedrag op €15.154,21. Daarnaast wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van €15.154,21 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11098477 \ CV EXPL 24-2335
Vonnis van 10 juli 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VENT TRADE INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Nederweert,
eisende partij,
hierna te noemen: Vent B.V.,
gemachtigde: Armaere B.V.,
tegen
[gedaagde] ,h.o.d.n.
[handelsnaam],
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Vent B.V. vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van
Primair:
 een bedrag van € 15.981,14,
Subsidiair:
 een bedrag van € 15.154,21,
Primair en subsidiair:
 vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
Vent B.V. legt daaraan, kort gezegd, het volgende ten grondslag.
Vent B.V. heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde] zaken verkocht en geleverd aan [gedaagde] . Ondanks diverse herinneringen blijft [gedaagde] in gebreke met betaling van een bedrag van € 22.048,23. Tevens maakt Vent B.V. aanspraak op betaling van de wettelijke handelsrente. Vent B.V. berekent deze rente vanaf verzuim tot 24 april 2024 (= de dag van dagvaarding) op € 3.610,50. Voorts stelt Vent B.V. dat [gedaagde] aan haar primair op grond van artikel 17.8 van de toepasselijke algemene voorwaarden een bedrag van € 1.822,41 en subsidiair op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW Pro een bedrag van € 995,48 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is. Op de vordering kan nog en bedrag van € 11.500,00 aan deelbetalingen in mindering strekken.
2.3.
[gedaagde] erkent de vordering. Hij heeft al ruim € 10.000,00 betaald. Er resteert nog een bedrag van € 6.000,00. Volgende maand en de maand daarna kan hij 2 maal € 3.000,00 betalen.

3.De beoordeling

3.1.
Uit het antwoord van [gedaagde] is de kantonrechter gebleken dat de vordering ten aanzien van de hoofdsom niet althans onvoldoende wordt betwist, zodat deze voor toewijzing in aanmerking komt.
3.2.
[gedaagde] heeft geen zelfstandig verweer gevoerd tegen de gevorderde vervallen wettelijke handelsrente, zodat die wordt toegewezen. Ook de wettelijke handelsrente vanaf 24 april 2024 kan worden toegewezen.
3.3.
Vent B.V. maakt aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.822,41 op grond van artikel 17.8 van de algemene voorwaarden.
3.4.
Voldoende is gebleken dat er door Vent B.V. buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De kantonrechter acht termen aanwezig om de primair (op grond van artikel 17.8 van de algemene bepalingen) gevorderde buitengerechtelijke incassokosten te matigen op grond van het bepaalde in artikel 242 Rv Pro. Gesteld noch gebleken is dat de werkelijk door Vent B.V. gemaakte kosten hoger zijn dan het toepasselijke tarief van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Op basis van de toewijsbare hoofdsom van € 22.048,23 is volgens het hiervoor genoemde besluit een bedrag van € 995,48 toewijsbaar.
3.5.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom
- vervallen wettelijke handelsrente tot 24 april 2024

22.048,23
3.610,50
- buitengerechtelijke incassokosten
995,48
+
totaal
26.654,221
- betalingen
11.500,00
-/-
Totaal
15.154,21
3.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vent B.V. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
116,39
- griffierecht
1.409,00
- salaris gemachtigde
406,00
(1,00 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.066,39

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Vent B.V. te betalen een bedrag van € 15.154,21, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 15.154,21, met ingang van 24 april 2024, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.066,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2024.
type: JEC