ECLI:NL:RBLIM:2024:4577
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen omgevingsvergunning voor berging en dakterras met afscheiding afgewezen
Eisers hebben beroep ingesteld tegen omgevingsvergunningen die door het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw zijn verleend aan vergunninghoudster voor het vervangen van een tuinhuis door een berging en het realiseren van een dakterras met afscheiding daarop. Eisers betoogden dat sprake was van een evidente privaatrechtelijke belemmering vanwege een gemeenschappelijke muur waarvoor hun toestemming vereist zou zijn, en dat hun belangen onvoldoende waren betrokken bij de vergunningverlening, met name vanwege de hoogte van de afscheiding die hun uitzicht zou beperken.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering. De mandeligheid van de muur is onderwerp van een civiele procedure en daarom niet evident. Bovendien bepaalt artikel 5:67 BW Pro dat mede-eigenaren tegen een mandelige muur mogen aanbouwen zonder toestemming, mits geen nadeel wordt toegebracht.
Ten aanzien van de belangenafweging stelt de rechtbank vast dat de vergunninghouder een hogere, gesloten afscheiding heeft gerealiseerd na advies van de Omgevingscommissie, waarmee ook de privacy van eisers is gediend. De hoogte van het bouwwerk inclusief afscheiding voldoet aan de voorwaarden van de kruimelgevallenregeling en is lager dan de maximale bouwhoogte die het bestemmingsplan toestaat. De rechtbank concludeert dat de belangen van eisers voldoende zijn betrokken en dat de beperking van het uitzicht geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat oplevert.
De beroepen worden ongegrond verklaard en de omgevingsvergunningen blijven in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen de verleende omgevingsvergunningen worden ongegrond verklaard.