ECLI:NL:RBLIM:2024:4625
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen last onder dwangsom en invorderingsbeschikking landschappelijke inpassing ijsboerderij
Eiser exploiteert een ijsboerderij op een perceel waarvoor een bestemmingsplan geldt dat onder meer landschappelijke inpassing voorschrijft. Verweerder legde op 4 mei 2021 een last onder dwangsom op wegens het niet voldoen aan de verplichtingen uit het landschappelijke inpassingsplan, met name het ontbreken van gevelbegroeiing en een moestuin.
Eiser maakte bezwaar tegen deze last en tegen de daarop volgende invorderingsbeschikking van € 500,-. Hij voerde aan dat hij mocht vertrouwen op een controle- en rapportage van juni/juli 2020 waarin zou zijn vastgesteld dat hij voldeed, en dat vertragingen door corona en kosten buiten zijn schuld lagen. Tevens stelde hij dat de last onevenredig was.
De rechtbank oordeelt dat eiser de overtreding niet betwist en dat het controlerapport niet volledig was, waardoor verweerder bevoegd was de last op te leggen. De omstandigheden, waaronder de coronacrisis en de verlengde begunstigingstermijn, vormen geen bijzondere omstandigheden die handhaving of invordering rechtvaardigen. De last onder dwangsom is niet onevenredig gelet op het algemeen belang van handhaving.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en handhaaft zij de bestreden besluiten. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom en invorderingsbeschikking wordt ongegrond verklaard en de besluiten worden gehandhaafd.