ECLI:NL:RBLIM:2024:473
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering Wajong-uitkering met verrekening Ziektewet-uitkering
Eiser ontving een Wajong-uitkering en daarnaast een Ziektewet-uitkering over de periode 1 juli 2020 tot en met 30 september 2020. Het UWV stelde vast dat het voorschot op de Wajong-uitkering hoger was dan het rechtmatige bedrag, waardoor een terugvordering van € 777,99 bruto werd vastgesteld.
Eiser betwistte de hoogte en motivering van de terugvordering en stelde dat de berekening was gebaseerd op een onjuiste Ziektewet-uitkering per dag. De rechtbank oordeelde dat het UWV de berekening adequaat had toegelicht en dat de terugvordering correct was vastgesteld op basis van het wettelijk minimumloon minus het inkomen uit de Ziektewet-uitkering.
Verder stelde eiser dat de terugvordering disproportioneel was gezien zijn netto maandinkomen van € 1.200,00. De rechtbank overwoog dat er geen dringende reden was om af te zien van terugvordering, ook niet onder de ruimere interpretatie van het evenredigheidsbeginsel zoals voorgesteld door de advocaat-generaal. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt gehandhaafd.