ECLI:NL:RBLIM:2024:4760
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtredingen Meststoffenwet bij mesttransport en -opslag
Eiseres, een varkens- en pluimveehouderij, kreeg vier bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtredingen van de Meststoffenwet bij het vervoer van dikke fractie varkensmest van haar bedrijf naar een loods in een andere plaats. De boetes betroffen het niet registreren en elektronisch doorgeven van gegevens, het niet opmaken van vervoersbewijzen, het niet wegen van vrachten en het niet melden van bemonsteringsplanning.
De rechtbank beoordeelde of het vervoer bedrijfsintern was, wat boeteoplegging zou uitsluiten. Eiseres stelde dat de loods eigendom was en tot haar bedrijf behoorde, maar kon dit niet aannemelijk maken. Er was geen bewijs van exclusief gebruik of een huurovereenkomst met Agro Limburg B.V., die de mest verwerkte. De loods had een ander relatienummer, wat wijst op aparte bedrijven.
Eiseres voerde subsidiarisch aan dat de boetes onterecht waren wegens schending van het ne bis in idem-beginsel omdat de overtredingen samenhingen. De rechtbank oordeelde dat het om vier afzonderlijke overtredingen ging, elk met eigen gedragingen, en dat de minister de boetes terecht oplegde en matigde met 50% vanwege eerste overtreding en tijdsverloop.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht boetes oplegde en dat verdere matiging niet nodig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boetes wegens overtredingen van de Meststoffenwet wordt ongegrond verklaard.