Eiser, werkzaam als Senior Gebiedsgebonden Politiezorg, werd op 30 januari 2020 ontslagen wegens plichtsverzuim. Dit ontslag werd gehandhaafd bij besluit van 14 februari 2022, waartegen eiser beroep instelde bij de rechtbank Limburg.
De rechtbank beoordeelde het plichtsverzuim van eiser, dat bestond uit onder meer het onderhouden van vriendschappelijke contacten met personen met criminele antecedenten, het onrechtmatig gebruik van het politielogo op zijn bedrijfswebsite, betrokkenheid bij dronevluchten in No-Fly zones, het in de voedselketen brengen van een hertenbok die niet door afschieten was gedood, schending van het ambtsgeheim, onjuiste declaraties en onjuiste urenregistratie, en het verstrekken van dienstkleding aan derden.
Hoewel eiser enkele gedragingen betwistte, achtte de rechtbank verweerder voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat het plichtsverzuim heeft plaatsgevonden en toerekenbaar is. De rechtbank oordeelde dat het ontslag een evenredige disciplinaire straf is gezien de ernst, aard en duur van de gedragingen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waarmee het ontslag in stand bleef.