Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 22 juli 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
Rechtbank Limburg
Vanhier verhuurt sinds oktober 2018 een woning aan [gedaagde], die vanaf mei 2023 tot juni 2024 stelselmatig geluidsoverlast veroorzaakt, wat door buren, politie en gemeente is bevestigd. Ondanks gedragsaanwijzingen en tijdelijke huisverboden opgelegd door de burgemeester, bleef de overlast voortduren. Vanhier vordert daarom in kort geding ontruiming van het gehuurde wegens ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van Vanhier is aangetoond en dat de overlast ernstig, frequent en langdurig is. De huurder heeft niet voldaan aan haar verplichting zich als een goed huurder te gedragen, zoals ook vastgelegd in de gedragsaanwijzing. De kantonrechter acht de kans groot dat in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst wordt toegewezen.
Hoewel het verlies van de woning ingrijpend is voor de huurder, weegt het belang van de verhuurder en de veiligheid en rust van de omwonenden zwaarder. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening. De machtiging voor zelfontruiming en vergoeding van ontruimingskosten worden afgewezen. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen wegens stelselmatige geluidsoverlast.