ECLI:NL:RBLIM:2024:5141

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
31 juli 2024
Publicatiedatum
2 augustus 2024
Zaaknummer
10928789 \ CV EXPL 24-808
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling medische factuur wegens onvoldoende onderbouwing

Infomedics vordert betaling van een bedrag van €668,04 van [gedaagde], voortvloeiend uit een tandheelkundige behandeling uitgevoerd in juli 2023. De vordering is gebaseerd op een factuur van €1.238,37, waarvan een deel door de zorgverzekeraar en een deel door [gedaagde] reeds is betaald.

De kantonrechter stelt vast dat het door Infomedics gevorderde bedrag niet overeenkomt met het daadwerkelijk openstaande bedrag, omdat de reeds gedane betalingen onvoldoende zijn verwerkt in de vordering. Infomedics heeft nagelaten de opbouw van het resterende bedrag voldoende te onderbouwen.

Op grond hiervan wordt de vordering afgewezen en wordt Infomedics veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde] op nihil worden begroot. De uitspraak is gedaan door mr. P.H.M. Kuster op 31 juli 2024.

Uitkomst: De vordering van Infomedics tot betaling wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10928789 \ CV EXPL 24-808
Vonnis van 31 juli 2024
in de zaak van
INFOMEDICS B.V., m.h.o.d.n. INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA,
gevestigd te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Infomedics,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
wonend te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 januari 2024, met producties 1 en 2
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek, met productie 3
- de vervallen verklaring van het recht van [gedaagde] om te concluderen voor dupliek.
1.2.
Daarna is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Infomedics vordert [gedaagde] bij vonnis voor het geheel uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van:
een bedrag van € 668,04, bestaande uit € 1.238,37 aan hoofdsom (onbetaald gelaten nota), € 24,90 aan vervallen wettelijke rente, € 83,89 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten, minus het door [gedaagde] betaalde bedrag van € 679,12, vermeerderd met de wettelijke rente over € 559,25 vanaf 9 januari 2024 tot de dag van volledige betaling,
de kosten van de procedure.
2.2.
Ter onderbouwing van haar vordering voert Infomedics het volgende aan. [naam zorgverlener] heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde] op 11, 20 en 21 juli 2023 meerdere tandheelkundige en/of medische behandelingen verricht. Met betrekking tot deze behandelingen is bij factuur van 27 juli 2023 een bedrag van € 932,09 in rekening gebracht. De uit voormelde behandelingen voortvloeiende vordering heeft de [naam zorgverlener] vervolgens gecedeerd aan Infomedics.
2.3.
[gedaagde] voert verweer.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
[gedaagde] is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).
3.2.
De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden.
3.3.
Infomedics baseert haar vordering op nakoming van de tussen de tandarts en [gedaagde] gesloten behandelingsovereenkomst.
3.4.
Vast staat dat [gedaagde] een behandeling bij de tandarts heeft ondergaan op 11, 20 en 21 juli 2023.
3.5.
Uit de nota van 27 juli 2023 blijkt dat het totaalbedrag € 1.238,37 bedraagt, waarvan de zorgverzekeraar € 306,28 heeft betaald. Het door [gedaagde] nog te betalen bedrag bedraagt daarom € 932,09.
3.6.
Vast staat ook dat [gedaagde] , voordat Infomedics de 14-dagenbrief verstuurde, een bedrag van € 679,12 heeft betaald. Immers, in de 14-dagenbrief staat dat [gedaagde] van het factuurbedrag van € 1.238,37 nog € 559,25 moet betalen.
3.7.
Uit wat in 3.5 en 3.6 is vermeld, volgt dat op dat moment nog een bedrag van € 252,97 door [gedaagde] voldaan diende te worden.
3.8.
Of [gedaagde] nog betalingen heeft verricht in het kader van de betalingsregeling met de deurwaarder is niet duidelijk.
3.9.
Uit de dagvaarding blijkt dat Infomedics haar vordering baseert op een hoofdsom van € 1.238,37 en de daarop gebaseerde wettelijke rente. Vervolgens gaat Infomedics uit van een resterend -door [gedaagde] te betalen- bedrag van € 668,04. Het is voor de kantonrechter onduidelijk waarom Infomedics daarbij geen rekening houdt met de reeds door de zorgverzekering en de door [gedaagde] (tijdig) betaalde bedragen, zoals onder 3.5 en 3.6 genoemd. Het door Infomedics gevorderde bedrag ligt hierdoor hoger dan het door [gedaagde] nog te betalen bedrag. Infomedics heeft nagelaten haar vordering dienaangaande voldoende te onderbouwen.
3.10.
Gegeven de betalingen van de zorgverzekeraar en [gedaagde] heeft Infomedics onvoldoende inzicht gegeven in de opbouw van de volgens haar resterende vordering, die afwijkt van het daadwerkelijk openstaande bedrag. Daarom zal de kantonrechter de vordering afwijzen.
3.11.
Infomedics is de partij die ongelijk krijgt en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kantonrechter begroot die kosten aan de zijde van [gedaagde] op nihil.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
wijst de vordering af;
4.2.
veroordeelt Infomedics in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot dit vonnis vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2024.
MW