Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- het proces-verbaal van getuigenverhoor op 12 maart 2024
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
DHL Foodlogistics GmbH heeft een vordering ingesteld tegen [gedaagde] B.V. tot betaling van openstaande facturen voor goederenvervoer. De rechtbank heeft bewijsopdracht gegeven aan DHL om aan te tonen dat er mondelinge overeenkomsten waren gesloten met betrekking tot de transporten.
Tijdens de bewijsvoering is een getuige gehoord die verklaarde contact te hebben gehad met een medewerker van [gedaagde]. Hoewel er telefonisch contact was over de transporten, is niet gebleken dat er overeenstemming was over de essentiële onderdelen van de overeenkomst, zoals betalingsvoorwaarden en facturatie. De verklaring van de getuige was bovendien weinig gedetailleerd en werd door de medewerker van [gedaagde] weersproken.
Daarnaast is onduidelijk waarom er geen schriftelijke bevestiging van de overeenkomsten is, terwijl dit mogelijk was geweest. De rechtbank concludeert dat DHL niet heeft voldaan aan haar bewijslast en wijst daarom de vordering af.
DHL wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die worden begroot op €7.264,00, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2024.
Uitkomst: De vordering tot betaling van openstaande facturen wordt afgewezen wegens ontbreken van een overeenkomst.