ECLI:NL:RBLIM:2024:5547

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 augustus 2024
Publicatiedatum
16 augustus 2024
Zaaknummer
03.020096.24
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WVW1994Art. 6 WVW1994Art. 49 lid 2 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor dodelijk ongeluk wegens gebrek aan schuld, wel veroordeling voor gevaar op de weg

Op 4 juni 2023 vond op de Wilhelminalaan te Valkenburg een verkeersongeluk plaats waarbij twee voetgangers werden aangereden, waarvan één overleed en de ander zwaar lichamelijk letsel opliep. Verdachte, bestuurder van de auto, werd primair beschuldigd van schuld aan het ongeval en subsidiair van het veroorzaken van gevaar op de weg.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte geen aanmerkelijke schuld had, omdat sprake was van een kort moment van onoplettendheid in omstandigheden met beperkte zichtbaarheid. Hierdoor werd zij vrijgesproken van het primair ten laste gelegde artikel 6 WVW1994. Wel werd subsidiair bewezen verklaard dat zij gevaar op de weg had veroorzaakt door onvoldoende snelheid te minderen voor de voetgangersoversteekplaats.

Gezien de ernst van het ongeval, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, haar schuldbewustzijn en de vergeving door het slachtoffer, besloot de rechtbank geen straf of maatregel op te leggen. De verdachte werd wel schuldig verklaard aan overtreding van artikel 5 WVW1994. De rechtbank vond dat verdere bestraffing geen toegevoegde waarde had.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van schuld aan dodelijk ongeval, wel schuldig aan gevaar op de weg, maar geen straf opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer: 03.020096.24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 augustus 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1941,
wonende te [adres] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.M.A. Jegers, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 2 augustus 2024. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte
Primair:als bestuurder van een personenauto door haar schuld een ongeval heeft veroorzaakt, waarbij [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen en [slachtoffer 2] is overleden;
Subsidiair:als bestuurder van een personenauto gevaar op de weg heeft veroorzaakt en/of het verkeer op de weg heeft gehinderd, waardoor een aanrijding met twee voetgangers is ontstaan.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit. De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat de verdachte goed zicht had op de voetgangersoversteekplaats. Uit het wringspoor op het wegdek blijkt dat de slachtoffers al over de helft van de oversteekplaats waren op het moment van de aanrijding. De verdachte had de slachtoffers al enige tijd kunnen en moeten zien. De gedragingen van de verdachte zijn aan te merken als aanmerkelijk onvoorzichtig in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW1994).
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.3
Het oordeel van de rechtbank [1]
Vrijspraak primair
Om tot een bewezenverklaring van artikel 6 WVW1994 te komen, dient vastgesteld te worden dat er sprake is van schuld (
culpa) van de verdachte aan het verkeersongeval. Voor schuld (
culpa) is – minst genomen - een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid vereist. Bij de beoordeling of hieraan is voldaan, komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet elk tekortschieten, niet elke verkeersovertreding is voldoende voor het aannemen van schuld. Een kort moment van onoplettendheid is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van schuld te komen. Voorts geldt dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte, rijdende over de Wilhelminalaan te Valkenburg, geen voorrang heeft verleend aan de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] die te voet over de voetgangersoversteekplaats de weg overstaken. Voorts stelt de rechtbank vast dat de verdachte geen alcohol had gedronken of andere middelen had gebruikt die de rijvaardigheid konden beïnvloeden, en de aldaar geldende maximum snelheid niet heeft overschreden. Aldus bestaat het verwijt dat aan de verdachte kan worden gemaakt, in de kern uit niet meer dan het nalaten de beide voetgangers op de voetgangersoversteekplaats voorrang te verlenen. Dit is op zichzelf aan te merken als een moment van onoplettendheid.
Bij haar weging van de ernst van deze onoplettendheid neemt de rechtbank in aanmerking dat het ongeval heeft plaatsgevonden omstreeks 02.00 uur in de nacht, en - afgezien van de straatverlichting, die in werking was - geheel donker. Verder hecht de rechtbank gewicht aan het aanvullend proces-verbaal van 12 maart 2024, waarin is gerelateerd dat “de Wilhelminalaan (…) een rechte weg [is] met aan de rechterzijde enkele bomen die het zicht zouden kunnen ontnemen. Circa 30 meter voor de VOP zou de bestuurder, op een reclamebord na, vrij zicht gehad kunnen hebben op de voetgangers.” Door de in dit proces-verbaal benoemde zichtbelemmering en de ook op de foto’s bij dit proces-verbaal zichtbaar ongelukkige plaatsing van het reclamebord kan niet worden vastgesteld dat deze onoplettendheid langer heeft geduurd dan enkele seconden. Dit maakt dat de rechtbank de onoplettendheid van de verdachte, ofschoon de gevolgen hiervan zeer ingrijpend zijn geweest, niet als ‘aanmerkelijk’ beoordeelt. Aldus is niet voldaan aan het vereiste van schuld in de zin van artikel 6 WVW1994. De verdachte zal dan ook van het haar primair tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen subsidiair
In het proces-verbaal van de verkeersongevallenanalyse van 20 november 2023 wordt het volgende gerelateerd [2] :
Op 4 juni 2023 reed een bestuurder van een Peugeot personenauto over de Wilhelminalaan te Valkenburg vanuit de richting Plenkertstraat en rijdend in de richting van Geneindestraat. Ter hoogte van de voetgangersoversteekplaats van de Kerkstraat/Koninginneweg met de Wilhelminalaan staken twee voetgangers de voetgangersoversteekplaats over. De Peugeot kwam op de voetgangersoversteekplaats in aanrijding met de voetgangers.
Het ongeval vond plaats op een recht weggedeelte van de Wilhelminalaan.
Ter plaatse was er oranje straatverlichting. Deze was, volgens opgave van de collega(’s), in werking. De VOP werd verlicht door middel van wit licht gesitueerd boven de VOP.
Op het moment van de aanrijding was de weersgesteldheid, volgens opgave van collega('s), droog en helder.
Wij troffen op de Peugeot diverse sporen aan. De niet recente en/of niet relevante sporen in relatie tot de aanrijding worden niet beschreven. Wij zagen:
  • verstoring in de aanwezige vuilafzetting op de voorbumper onder de linker koplamp (foto’s 14, 15 en 16 in detail, sporenbordje 8);
  • verstoring in de aanwezige vuilafzetting aan de linkerzijde van de gril (foto’s 14 en 15, sporenbordje 9);
  • verstoring in de aanwezige vuilafzetting aan de linkerzijde boven de gril, naast de linker koplamp (foto’s 14 en 15 sporenbordje 10);
  • verstoring in de aanwezige vuilafzetting, kras en veegsporen aan de linkerzijde van de motorkap (foto’s 14 en 17 sporenbordje 11);
  • weefsel aan/ in de voorruit (foto’s 18, detail in foto 19, beide sporenbordje 12).
Gezien het sporenbeeld op en het schadebeeld aan de Peugeot, in combinatie met het letsel van beide slachtoffers, is het zeer waarschijnlijk dat de man door de Peugeot werd aangereden, meegevoerd en tijdens het remmen weggeworpen. Het vrouwelijke slachtoffer was mogelijk door de Peugeot aangereden, echter gezien het letsel is het aannemelijker dat de man tegen de vrouw geworpen of gedrukt werd en dat de vrouw daardoor ten val is gekomen.
Als de bestuurder van de Peugeot de voetgangers voor had laten gaan, had de aanrijding niet
plaatsgevonden.
De verdachte heeft ter terechtzitting van 2 augustus 2024 als volgt verklaard:
Ik was op weg naar huis. Ik heb alleen een klap gehoord. Ik weet niet meer wat is gebeurd.
Overweging
Door geen vaart te minderen en haar voertuig niet tijdig tot stilstand te brengen om de voetgangers die over de voetgangersoversteekplaats de weg overstaken voorrang te verlenen, heeft de verdachte gevaar op de weg veroorzaakt. Dit gevaar heeft zich ook verwezenlijkt: de verdachte heeft de beide voetgangers aangereden. De rechtbank acht het subsidiair tenlastegelegde dan ook bewezen.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
Subsidiair
op 4 juni 2023 te Valkenburg als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Wilhelminalaan, op het moment dat twee voetgangers bezig waren een op voornoemde Wilhelminalaan gelegen voetgangersoversteekplaats, als bedoeld in artikel 49 lid 2 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990, gezien haar, verdachtes, rijrichting, van rechts naar links over te steken, die oversteekplaats is genaderd en (vervolgens) niet voldoende de snelheid van haar motorrijtuig heeft verminderd en/of haar snelheid niet zodanig heeft geregeld dat zij, verdachte, in staat was het door haar bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen voor die oversteekplaats, waardoor (vervolgens) een aanrijding is ontstaan tussen haar, verdachtes, motorrijtuig en die voetgangers, en een van die voetgangers door de aanrijding tegen de andere voetganger werd gedrukt/geworpen, waardoor deze laatste ten val kwam, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
Subsidiair
overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

6.Een straf?

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte een voorwaardelijke taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis op te leggen, met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een onvoorwaardelijke geldboete van € 1.000,-, bij niet betalen te vervangen door 20 dagen hechtenis.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van de verdachte heeft bepleit de verdachte schuldig te verklaren, maar aan haar geen straf of maatregel op te leggen.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij haar oordeel heeft de rechtbank gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 5 WVW1994 door als bestuurder van een personenauto aan voetgangers die de weg over een voetgangersoversteekplaats overstaken, geen voorrang te verlenen. Het betrof een echtpaar, dat juist die avond hun 47-jarige huwelijk had gevierd. Door de aanrijding die daarop volgde, is de man komen te overlijden en zijn echtgenote zwaar gewond geraakt. Het leed dat door de aanrijding is veroorzaakt, is ingrijpend en onherstelbaar.
De verdachte gaat zichtbaar zwaar gebukt onder de gevolgen van de aanrijding. Sinds het ongeval, waarover zij zich zeer schuldig voelt, is de verdachte elke levenslust verloren en leidt zij een teruggetrokken leven. Uit schaamte durft zij haar vroegere vriendinnen niet meer onder ogen te komen. De verdachte heeft naar aanleiding van het ongeval uit eigen beweging afstand gedaan van haar rijbewijs. Ook daarmee heeft zij laten zien dat zij zeer schuldbewust is.
Het vrouwelijke slachtoffer, dat door het ongeval weduwe is geworden, heeft na het ongeval kaartjes gestuurd om haar een hart onder de riem te steken. Zij heeft de verdachte bovendien een hanger gegeven in de vorm van een engel, die de verdachte ter terechtzitting om haar hals droeg. Tussen beiden heeft een geslaagde mediation in strafzaken plaatsgevonden, in het kader waarvan het slachtoffer de verdachte heeft vergeven. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij van deze vergeving diep onder de indruk is. Zij heeft daardoor de kracht gevonden om een keer haar huis te verlaten, en neemt zich voor om haar sociale leven weer enigszins op te pakken.
De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 24 juli 2024. De reclassering rapporteert hierin dat de verdachte haar leven op orde heeft. De reclassering acht daarom interventies niet geïndiceerd. De verdachte heeft ook bij de reclassering te kennen gegeven schaamte en schuld te ervaren.
Alles afwegende ziet de rechtbank in dit geval niet in welk doel nog zou zijn gediend met de oplegging van enige onvoorwaardelijke dan wel voorwaardelijke straf of maatregel aan de verdachte. De impact van het ongeval op de verdachte is, zo is duidelijk geworden, zeer groot. Een verdere bestraffing door de rechtbank voegt hieraan niets toe. Generaal-preventieve strafdoelen als afschrikking en normbevestiging ten aanzien van potentiële daders doen hieraan niet af. Ook daarvoor geldt: een verdere bestraffing door de rechtbank kan die doelen in dit specifieke geval niet dienen. De rechtbank zal de verdachte daarom wel schuldig verklaren, maar zal haar geen straf of maatregel opleggen.

7.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte het haar primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;
Bewezenverklaring
  • verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat subsidiair meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Geen straf of maatregel
- bepaalt dat de verdachte voor het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.G. Witteman, voorzitter, mr. W. Loof en mr. J.A.A.C. Claessen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.R.C. Custers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 augustus 2024.
Buiten staat
Mr. Claessen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
Primair
zij op of omstreeks 4 juni 2023 te Valkenburg, in de gemeente Valkenburg aan de Geul als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, Wilhelminalaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, te weten: [slachtoffer 2] , werd gedood en/of een ander, te weten: [slachtoffer 1] , zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, welke gedragingen zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, waren en hieruit hebben bestaan dat zij, verdachte, op het moment dat twee voetgangers bezig waren een op voornoemde Wilhelminalaan gelegen voetgangersoversteekplaats, als bedoeld in artikel 49 lid 2 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990, gezien haar, verdachtes, rijrichting, van rechts naar links over te steken, die oversteekplaats is genaderd en/of (vervolgens) niet, dan wel niet voldoende, de snelheid van haar motorrijtuig heeft verminderd en/of haar snelheid niet zodanig heeft geregeld dat zij, verdachte, in staat was het door haar bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen voor die oversteekplaats, waardoor althans mede waardoor (vervolgens) een botsing en/of aanrijding is ontstaan met/tussen haar, verdachtes, motorrijtuig en/of die voetgangers, zijnde voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , danwel dat een van die voetgangers door een botsing en/of aanrijding met/tussen verdachtes motorrijtuig tegen de andere voetganger werd gedrukt/geworpen waardoor deze laatste ten val kwam;
Subsidiair
zij op of omstreeks 4 juni 2023 te Valkenburg, in de gemeente Valkenburg aan de Geul als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Wilhelminalaan, op het moment dat twee voetgangers bezig waren een op voornoemde Wilhelminalaan gelegen voetgangersoversteekplaats, als bedoeld in artikel 49 lid 2 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990, gezien haar, verdachtes, rijrichting, van rechts naar links over te steken, die oversteekplaats is genaderd en/of (vervolgens) niet, dan wel niet voldoende, de snelheid van haar motorrijtuig heeft verminderd en/of haar snelheid niet zodanig heeft geregeld dat zij, verdachte, in staat was het door haar bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen voor die oversteekplaats, waardoor althans mede waardoor (vervolgens) een botsing en/of aanrijding is ontstaan met/tussen haar, verdachtes, motorrijtuig en/of die voetgangers, dan wel dat een van die voetgangers door een botsing en/of aanrijding met/tussen verdachtes motorrijtuig tegen de andere voetganger werd gedrukt/geworpen waardoor deze laatste ten val kwam, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2471-2023085164, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 95.
2.Het proces-verbaal van de verkeersongevallen analyse van 20 november 2023, pagina 61 tot en met 87.