ECLI:NL:RBLIM:2024:5936
Rechtbank Limburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op tenuitvoerlegging verstekvonnis wegens schending waarheidsplicht en belangenafweging
Eiser huurt een woning van gedaagde en heeft een huurachterstand en achterstallige servicekosten. Sinds april 2023 is eiser toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Gedaagde vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming, waarop een verstekvonnis is gewezen dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.
Eiser gaat in verzet tegen dit verstekvonnis en verzoekt de tenuitvoerlegging op te schorten. Hij stelt dat gedaagde in de verstekprocedure de waarheidsplicht van artikel 21 Rv Pro heeft geschonden door niet te melden dat eiser onder WSNP valt, waardoor de rechter niet alle relevante feiten kon meewegen. Tevens stelt eiser dat zijn belangen bij behoud van de woning zwaarder wegen dan die van gedaagde.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde inderdaad de waarheidsplicht heeft geschonden en dat dit meegewogen moet worden in de belangenafweging. Gezien de grote belangen van eiser, waaronder het risico op nieuwe schulden en het gevaar voor zijn WSNP-traject en omgangsregeling met zijn kinderen, wegen zijn belangen zwaarder dan die van gedaagde. Daarom wordt de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis verboden totdat de verzetprocedure is afgerond. De gevorderde dwangsommen worden afgewezen omdat gedaagde zich aan het vonnis zal houden.
Uitkomst: De kantonrechter verbiedt de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis totdat de verzetprocedure is afgerond en veroordeelt gedaagde tot betaling van proceskosten.