In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van een kamer die door de onderbewindgestelde wordt gehuurd, vanwege vernielingen en een bedreiging aan de verhuurder. Op 5 juni 2024 vond een incident plaats waarbij de huurder vernielingen aanrichtte en de verhuurder bedreigde via WhatsApp. De verhuurder en zijn broer deden aangifte bij de politie wegens mishandeling en bedreiging.
De kantonrechter verklaart de broer niet-ontvankelijk omdat hij niet de verhuurder is. De vordering van de verhuurder wordt wel toegewezen, ondanks betwisting van de huurder over de feiten. De kantonrechter acht de erkende gedragingen van de huurder, waaronder het gooien van een fiets en schop en het bedreigende WhatsApp-bericht, ernstige tekortkomingen die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigen.
De kantonrechter benadrukt de terughoudendheid bij ontruimingen in kort geding, maar acht het spoedeisend belang voldoende aannemelijk omdat noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden niet kunnen worden uitgevoerd zolang de huurder aanwezig is. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen, betaling van de huur vanaf 1 augustus 2024 tot ontruiming, en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.