De rechtbank Limburg heeft op 4 september 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van grootschalige hennepteelt, diefstal van elektriciteit en water, en het bezit van een pistool. De feiten betreffen twee hennepkwekerijen, een in Voerendaal met circa 1723 planten en een tweede in Hoensbroek met 95 planten, waarbij illegaal stroom en water werden afgetapt. Tevens werd een (gas/alarm)pistool aangetroffen in de woning van verdachte.
De verdachte heeft de feiten ter terechtzitting bekend, en de rechtbank acht medeplegen bewezen voor de eerste kwekerij samen met één medeverdachte. Voor de tweede kwekerij en het wapenbezit sprak de rechtbank verdachte vrij van medeplegen, maar achtte de feiten wel bewezen als individuele feiten. De rechtbank nam als begindatum voor de diefstal van stroom en water 1 juni 2017, en sprak verdachte vrij voor de periode daarvoor.
De rechtbank hield rekening met een forse overschrijding van de redelijke termijn van bijna vier jaar, waardoor zij afzag van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gezien de ernst van de feiten legde zij de maximale taakstraf van 240 uur op, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. Het pistool en patroonhouder werden onttrokken aan het verkeer. De verdachte had al eerdere veroordelingen voor hennepteelt en handelde ondanks het gevaar voor zijn gezin en de samenleving uit financieel eigenbelang.