ECLI:NL:RBLIM:2024:6120
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen coffeeshop vanwege ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een verzoek ingediend bij de burgemeester om de exploitatievergunning van een coffeeshop in te trekken of handhavend op te treden vanwege vermeende overlast en het niet naleven van het ingezetenencriterium. De burgemeester wees dit verzoek af, waarna verzoeker bezwaar maakte en vervolgens een voorlopige voorziening vroeg om onmiddellijke sluiting of handhaving.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang van het verzoek en concludeerde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een onhoudbare situatie die onmiddellijke interventie vereist. De vermeende groei van het aantal bezoekers en overlast is niet onderbouwd, en politiecontroles leverden geen aanwijzingen voor structurele overlast.
Daarnaast is vastgesteld dat het aantal bezoekers door de heropening van een tweede coffeeshop in de gemeente waarschijnlijk niet zal toenemen, wat het spoedeisend belang verder ondermijnt. De voorzieningenrechter benadrukte dat de bezwaarprocedure gevolgd kan worden en dat wettelijke termijnen en rechtsmiddelen bestaan voor verzoeker.
Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen zonder zitting. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.